Sustainable Development Goals

De bouw- en vastgoedsector heeft grote invloed op de verduurzaming van gebouwen, maar daarmee ook op het milieu, sociale netwerken en toekomstbestendigheid van de hele samenleving. De sector speelt een belangrijke rol bij het halen van de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties. Deze gelden wereldwijd en gaan niet alleen over gebouwen, maar ook over economie, ecologie en sociale aspecten, zoals het tegengaan van armoede en zorgen voor een goede gezondheid. De bouw- en vastgoedsector bepaalt voor een groot deel de levenscyclus van gebouwen, maar dat heeft ook invloed op de rest van de samenleving. 

Verder dan duurzame gebouwen  

We wonen, werken en leven allemaal in en om gebouwen. Daarom gaan de doelen verder dan duurzame gebouwen, maar ook over duurzaam gebruik ervan en een duurzame omgeving. Een deel van deze doelen komt terug in BREEAM-NL (Building Research Establishment's Environmental Assessment Method) de mondiaal leidende methode voor het beoordelen van de duurzaamheid van gebouwen.  

12 van de 17 doelen komen terug in de BREEAM-NL Methode. Met het volgen van de BREEAM-NL methode kan er een bijdrage worden geleverd aan het behalen van de SDG’s.  

SDG doelen in BREEAM-NL

SDG 1 is gericht op de afname van armoede in al haar vormen. Naast de financiële kant, gaat dit doel ook over de invloed van armoede op het leven van mensen. 




 


Subdoel 1.4

‘Er uiterlijk 2030 voor zorgen dat alle mannen en vrouwen gelijke rechten hebben op economische middelen (zoals toegang tot basisdiensten, eigenaarschap, toegang tot natuurlijke hulpbronnen, nieuwe technologieën en financiële diensten).’  

In alle BREEAM-NL richtlijnen worden eisen gesteld aan de nabijheid en toegankelijkheid van basisvoorzieningen. 

Subdoel 1.5

'Uiterlijk 2030 de weerbaarheid van kwetsbare bevolkingsgroepen opbouwen om blootstelling aan en kwetsbaarheid door klimaatgerelateerde en andere economische, sociale en ecologische gebeurtenissen te beperken.’  

In alle richtlijnen wordt de weerbaarheid van het gebouw, het gebied en de gebruikers/bewoners gewaarborgd. In BREEAM-NL In-Use ligt in de categorie ‘Bestendigheid’ de nadruk op het inzichtelijk maken van onder andere klimaatgerelateerde risico’s en de significante risico’s te minimaliseren waardoor het pand en/of het gebied en de gebruikers minder kwetsbaar zijn.  

SDG 2 gaat over het uitbannen van honger, het krijgen van voedselzekerheid en verbeterde voeding én het promoten en stimuleren van duurzame landbouw. Omdat in Nederland ondervoeding niet vaak voorkomt, ligt de nadruk voor Nederland op het tegengaan van voedselverspilling, de duurzaamheid van de voedselproductie en de invloed ervan op de kwaliteit van de leefomgeving en het dierenwelzijn.


Subdoel 2.4

‘Uiterlijk 2030 duurzame voedselproductiesystemen garanderen en zorgen voor een bestendige landbouw die de productiviteit en de productie kan verhogen, die helpt bij het in stand houden van ecosystemen, die de aanpassingscapaciteit verhoogt in de strijd tegen klimaatverandering, extreme weersomstandigheden, droogte, overstromingen en andere rampen en die op een progressieve manier de kwaliteit van het land en de bodem verbetert.’

In de BREEAM-NL Gebied richtlijn wordt in de categorie Bronnen gestimuleerd om voedsel lokaal te produceren. Als er voedsel wordt geproduceerd in het gebied moet dit op een verantwoorde manier. Dat betekent niet alleen rekening houdend met de economische aspecten van het gebied, maar ook met de gevolgen voor de bodem- en waterkwaliteit, het waterverbergend vermogen én de verwerking van afval en reststromen die mogelijk vrijkomen bij de voedselproductie.

SDG 3 gaat over het voorkomen van vroegtijdige sterfte. Het aanpakken van roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik kan de gezondheid van veel Nederlanders verbeteren. 

 



Subdoel 3.3

' Uiterlijk 2030 een einde maken aan epidemieën zoals aids, tuberculose, malaria en verwaarloosde tropische ziekten, alsook hepatitis, door water overgebrachte ziekten en andere overdraagbare ziekten bestrijden.’  

In de BREEAM-NL In-Use Utiliteitsbouw en de richtlijn voor bestaande Woningen zijn in de categorie Gezondheid eisen opgenomen om besmetting met de legionellabacterie te voorkomen.  

Subdoel 3.4

‘Uiterlijk 2030 de vroegtijdige sterfte door niet-overdraagbare ziekten met een derde inperken via preventie en behandeling, en mentale gezondheid en welzijn bevorderen.’ 

In de categorie Gezondheid van de BREEAM-NL In-Use richtlijn ‘Duurzame huisvesting en bedrijfsvoering’ wordt het herkennen en stimuleren van maatregelen om de fysieke, mentale en sociale gezondheid van de werknemers te bewaken en te verbeteren gewaardeerd.  

Subdoel 3.6 

‘Uiterlijk 2020 het aantal doden en gewonden in het verkeer wereldwijd halveren.’ 

In alle BREEAM-NL richtlijnen wordt de verkeersveiligheid op het perceel en in de omgeving beoordeeld. Zo wordt er in de BREEAM-NL Gebied richtlijn punten toegekend als het gebied bereikbaar is voor langzaam verkeer, zoals voetgangers en fietsers. In de BREEAM-NL In-Use Woningen richtlijn wordt een woonomgeving waar kinderen in een veilige verkeersituatie buiten kunnen spelen beloond.  

Subdoel 3.9 

‘Uiterlijk 2030 het aantal sterfgevallen en ziekten aanzienlijk verminderen als gevolg van gevaarlijke chemicaliën en de vervuiling en besmetting van lucht, water en bodem.’ 

In de BREEAM-NL richtlijnen is het voorkomen van vervuiling van natuurlijke waterlopen, bodemverontreiniging, luchtvervuiling, etc. onderdeel van de beoordelingscriteria.  

Subdoel 3.a

‘Waar nodig de uitvoering van de kaderovereenkomst van de Wereldgezondheidsorganisatie over tabakscontrole versterken’ 

In BREEAM-NL In-Use Utiliteitsbouw en Woningen worden eisen gesteld aan het rookbeleid van het gebouw/de woning voor zowel de binnen als buitenruimtes, om een gezonde woon- en werkplek te waarborgen.  

SDG 6 gaat over de toegang tot schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen. Omdat dit in Nederland goed geregeld is focust deze SDG in Nederland op de waterkwaliteit en de efficiëntie van het watergebruik. 

 

 


Subdoel 6.1

‘Uiterlijk 2030 veilig en betaalbaar drinkwater toegankelijk maken voor iedereen.’  

In Nederland heeft bijna iedereen toegang tot schoon drinkwater. De BREEAM-NL richtlijnen waarborgen de toegang tot drinkwater en sanitaire faciliteiten.   

Subdoel 6.2

‘Uiterlijk 2030 gepaste en degelijke sanitaire voorzieningen en hygiëne beschikbaar hebben voor iedereen en een einde maken aan ontlasting in het openbaar, waarbij speciale aandacht wordt besteed aan de behoeften van vrouwen en meisjes en andere mensen in kwetsbare situaties.’ 

In Nederland hebben bijna alle mensen toegang tot sanitaire voorzieningen. De BREEAM-NL richtlijnen sturen aan op de aanwezigheid waterbesparende sanitaire voorzieningen om zo min mogelijk water te verspillen. 

Subdoel 6.3

‘Uiterlijk 2030 de waterkwaliteit verbeteren door verontreiniging te beperken, de lozing van gevaarlijke chemicaliën en materialen een halt toe te roepen en de uitstoot ervan tot een minimum te beperken, waarbij ook het aandeel van onbehandeld afvalwater wordt gehalveerd en recycling en veilig hergebruik wereldwijd aanzienlijk worden verhoogd.’  

In alle BREEAM-NL richtlijnen wordt aandacht besteed aan het voorkomen van vervuiling van oppervlaktewater. Daarnaast wordt waterbesparing en hergebruik van grijs en hemelwater gestimuleerd.  

Subdoel 6.4

‘Uiterlijk 2030 in aanzienlijke mate de efficiëntie van het watergebruik verhogen in alle sectoren en het duurzaam winnen en verschaffen van zoetwater garanderen om waterschaarste tegen te gaan en om het aantal mensen dat last heeft van waterschaarste, aanzienlijk te verminderen.’ 

In alle BREEAM-NL richtlijnen wordt waterbesparing door de inzet van waterbesparend sanitair en apparatuur beloond. Daarnaast wordt er in de richtlijnen gestuurd op het toezien op en inzichtelijk maken van het watergebruik voor een efficiëntere inzet van water. Daar hoort het stimuleren van gebruikers van het gebouw tot waterbesparing ook bij.  

Subdoel 6.6

‘Uiterlijk 2020 de op water gebaseerde ecosystemen beschermen en herstellen, met inbegrip van bergen, bossen, moerassen, rivieren, grondwaterlagen en meren.’ 

In alle BREEAM-NL richtlijnen wordt aandacht besteed aan het voorkomen van vervuiling van oppervlaktewater en natuurlijke watergangen.  

Bij SDG 7 ligt de focus op de ontwikkeling en het gebruik van technologieën voor energiebesparing. Hernieuwbare energiebronnen zijn een middel om energieverbruik en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen. Dit heeft een positief effect op onze welvaart.

 



Subdoel 7.1

‘Uiterlijk 2030 toegang garanderen voor iedereen tot betaalbare en betrouwbare en moderne energiediensten.’  

Alle BREEAM-NL richtlijnen waarborgen de toegang tot -bij voorkeur- duurzame energiediensten.  

Subdoel 7.2

‘Uiterlijk 2030 het aandeel hernieuwbare energie in de wereldwijde energiemix aanzienlijk verhogen’  

In alle BREEAM-NL richtlijnen wordt het zelf opwekken van duurzame hernieuwbare energie gestimuleerd en gewaardeerd.  

Subdoel 7.3

Uiterlijk 2030 de wereldwijde snelheid waarmee de energie-efficiëntie verbetert, verdubbelen.’  

De BREEAM-NL richtlijnen stimuleren het gebruik van energie-efficiënte systemen. Daarnaast wordt in de BREEAM-NL In-Use Utiliteitsbouw richtlijn ook gekeken naar de prestatie borging van installaties. Door toe te zien op de prestaties, kunnen de systemen zo efficiënt mogelijk worden ingezet en dat voorkomt verspilling van energie.  

SDG 8 stuurt op een duurzame economische groei. Dit kan bereikt worden als kapitaal, arbeid en grondstoffen verantwoordelijk worden ingezet en als winsten en inkomsten eerlijk verdeeld worden tussen burgers en bedrijven. 

 

 

Subdoel 8.2

‘Tot meer economische productiviteit komen door diversificatie, technologische modernisering en innovatie, ook door de nadruk te leggen op sectoren met hoge toegevoegde waarde en arbeidsintensieve sectoren.’ 

De BREEAM-NL Gebied richtlijn vermeldt in de categorie Welzijn en Welvaart stimuleren van de regionale vitaliteit. Er kunnen punten worden toegekend als de ontwikkeling leidt tot werkgelegenheid in het gebied en als regionale bedrijven gebruik maken van elkaars producten/processen/diensten. Ook de uitbreiding van het voorzieningenniveau en infrastructurele verbeteringen worden gewaardeerd.  

Subdoel 8.3

‘Bevorderen van beleidslijnen die ontwikkeling van productiviteit ondersteunen en de creatie van waardige banen, ondernemerschap, creativiteit en innovatie, het vormen en groeien van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen aanmoedigen, ook via toegang tot financiële diensten.’ 

De BREEAM-NL Gebied richtlijn waardeert in de categorie Welzijn en Welvaart stimuleren van de regionale vitaliteit.  

Subdoel 8.4

‘Uiterlijk 2030 geleidelijk aan de wereldwijde efficiëntie, productie en consumptie van hulpbronnen verbeteren en streven naar de ontkoppeling van economische groei en achteruitgang van het milieu, volgens het tienjarig Programmakader voor Duurzame Consumptie en Productie, waarbij de ontwikkelde landen de leiding nemen.’ 

In alle BREEAM-NL richtlijnen is het efficiënt gebruik van hulpbronnen en het voorkomen van uitputting van hulpbronnen onderdeel van de beoordelingscriteria.  

Subdoel 8.7

‘Direct effectieve maatregelen nemen om gedwongen arbeid uit de wereld te helpen, een einde te maken aan moderne slavernij en mensensmokkel en het verbod en de ergste vormen van kinderarbeid afschaffen, met inbegrip van het rekruteren en inzetten van kindsoldaten, en tegen 2025 een einde maken aan kinderarbeid in al haar vormen’  

In alle BREEAM-NL richtlijnen worden eisen gesteld aan het verantwoord en duurzaam inkopen van producten en diensten. Verantwoorde en duurzame inkoop zorgt dat materialen afkomstig zijn van ethische en legale leveranciers. In de BREEAM-NL In-Use Duurzame Huisvesting en Bedrijfsvoering wordt het onderkennen en stimuleren van het contracteren van leverancier die werken met een ethisch en duurzaam beleid gewaardeerd.  

Subdoel 8.8

‘De arbeidsrechten beschermen en veilig en gezonde werkplekken bevorderen voor alle werknemers, met inbegrip van arbeidsmigranten, in het bijzonder vrouwelijke migranten en zij die zich in precaire werkomstandigheden bevinden.’  

In de BREEAM-NL Nieuwbouw richtlijn wordt het hebben van een verantwoorde en veilige bouwplaats gewaardeerd. Daarnaast wordt een gezonde en veilige werkplek ook gewaardeerd in de BREEAM-NL In-Use richtlijn.  

Subdoel 8.10

‘Versterken van de mogelijkheden van plaatselijke financiële instellingen zodat iedereen toegang kan krijgen tot het bankwezen, verzekeringen en financiële diensten.’  

In de BREEAM-NL richtlijnen wordt de nabijheid en toegankelijk van basisvoorzieningen zoals een bank of geldautomaat gewaarborgd.  

SDG 9 streeft ernaar de mobiliteit en infrastructuur te verbeteren, en de nadelen ervan- zoals tijdsverlies als gevolg van files, onveiligheid in het verkeer en druk op het milieu- te verminderen. Ook moet het bedrijfsleven innoveren en verduurzamen.  

 



Subdoel 9.1

‘Ontwikkelen van kwalitatieve, betrouwbare, duurzame en bestendige infrastructuur, met inbegrip van regionale en grensoverschrijdende infrastructuur, ter ondersteuning van de economische ontwikkeling en het menselijk welzijn, met de nadruk op een betaalbare en billijke toegang voor iedereen.’ 

In alle BREEAM-NL richtlijnen is toegankelijke, veilige en duurzame infrastructuur onderdeel van de beoordelingscriteria.   

Subdoel 9.4

'Uiterlijk 2030 de infrastructuur moderniseren en industrieën aanpassen om ze duurzaam te maken, waarbij de nadruk ligt op edoeltreffender gebruik van hulpbronnen en van schonere en milieuvriendelijke technologieën en industriële processen, waarbij alle landen de nodige actie ondernemen binnen hun eigen mogelijkheden.’ 

In de BREEAM-NL Gebied richtlijn wordt een bestendige infrastructuur gewaarborgd, dit heeft niet alleen betrekking op de modernisering maar ook op veranderende marktomstandigheden en adaptief vermogen bij klimaatveranderingen. Daarnaast wordt de toepassing van milieuvriendelijke technologieën in alle BREEAM-NL richtlijnen gestimuleerd.  

SDG 11 richt zich op het realiseren van een gezonde en veilige leefomgeving. Het aanbod betaalbare woningen bepaalt waar mensen gaan wonen, werken en sociale relaties opbouwen.   

 


 

Subdoel 11.1

‘Uiterlijk 2030 zorgen dat iedereen toegang heeft tot adequate, veilige en betaalbare huisvesting en basisdiensten, en sloppenwijken verbeteren.’  

In de BREEAM-NL richtlijnen worden de toegang en nabijheid van basisvoorzieningen gestimuleerd. 

Subdoel 11.2

‘Uiterlijk 2030 veilige, betaalbare, toegankelijke verkeersveilige en duurzame vervoerssystemen beschikbaar hebben voor iedereen. Uitbreiding van het openbaar vervoer, met aandacht voor de behoeften van mensen in kwetsbare situaties, vrouwen, kinderen, personen met een handicap en ouderen.’ 

In alle BREEAM-NL richtlijnen wordt toegankelijkheid van duurzaam vervoer gestimuleerd. In de BREEAM-NL In-Use richtlijn wordt in de categorie Transport het beschikbaar stellen van alternatieve (duurzame) vervoersystemen, zoals de deelfiets en deelauto, gestimuleerd. 

Subdoel 11.3

‘Uiterlijk 2030 inclusieve en duurzame stadsontwikkeling en capaciteit opbouwen voor participatieve, geïntegreerde en duurzame planning en beheer van menselijke nederzettingen in alle landen.’ 

Met de BREEAM-NL Gebied richtlijn wordt een duurzame gebiedsontwikkeling gewaarborgd.  

Subdoel 11.4

‘De inspanningen verhogen om het culturele en natuurlijke erfgoed van de wereld te beschermen en veilig te stellen.’ 

In de BREEAM-NL Gebied richtlijn worden in de categorie Ruimtelijke Ordening eisen gesteld aan het behoud van cultuurhistorische waarden binnen het gebied. Deze cultuurhistorische waarden moeten in beeld worden gebracht en toegang tot deze waarden moet worden vergroot.  

Subdoel 11.5

‘Uiterlijk 2030 het aantal doden en getroffenen aanzienlijk verminderen en de directe economische invloed van rampen op het bruto binnenlands product terugbrengen, met de nadruk op het beschermen van de armen en andere mensen in kwetsbare posities’ 

In alle BREEAM-NL richtlijnen moet het risico op diverse soorten rampen en incidenten inzichtelijk worden gemaakt. Daarnaast kan het ook voorkomen dat er noodplannen moeten worden opgesteld of maatregelen moeten worden genomen om het risico te verminderen.  

Subdoel 11.6

‘Uiterlijk 2030 de nadelige invloed op het milieu van steden per hoofd van de bevolking verminderen, met speciale aandacht voor luchtkwaliteit en afvalbeheer.’ 

In alle BREEAM-NL richtlijnen worden eisen gesteld aan het voorkomen en/of beperken van (nadelige) impact van gebouwen op het milieu. Dit komt terug in eisen om vervuiling te voorkomen en eisen die zijn gesteld aan het gebruik, beheer, hergebruik en de recycling van materialen om afval te voorkomen.  

Subdoel 11.7

‘Uiterlijk 2030 heeft iedereen toegang tot veilige, inclusieve en toegankelijke, groene en openbare ruimtes, in het bijzonder vrouwen, kinderen, ouderen en personen met een handicap’ 

In de BREEAM-NL richtlijnen wordt het toegankelijk en inclusief maken van openbare ruimtes, zowel in de openbare ruimte als in gebouwen, gewaardeerd.  

Subdoel 11.b

‘Uiterlijk 2020 het aantal steden en nederzettingen aanzienlijk verhogen met allesomvattende beleidslijnen en plannen voor inclusie, doeltreffendheid van hulpbronnengebruik, klimaatverandering en -adaptatie, weerbaarheid tegen rampen. Daarnaast volgens het kader van Sendai voor rampenrisicovermindering 2015-2030 een holistisch ramprisicobeheer ontwikkelen en doorvoeren’ 

In alle BREEAM-NL richtlijnen moeten de klimaatgerelateerde risico’s inzichtelijk worden gemaakt en indien nodig moeten maatregelen worden genomen om risico’s te verminderen. Daarnaast wordt er ook gekeken naar het adaptief vermogen van het gebied of gebouw.  

Met SDG 12 wordt een duurzame productie, consumptie en een efficiënter gebruik van grondstoffen, de druk op het milieu verlaagt en de onafhankelijkheid van grondstoffen vergroot. 


 

 

Subdoel 12.2

‘Uiterlijk 2030 duurzaam beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen realiseren.’ 

In alle BREEAM-NL richtlijnen wordt gewaarborgd dat natuurlijke hulpbronnen zo efficiënt mogelijk worden ingezet om de uitputting van deze bronnen te voorkomen. 

Subdoel 12.3

‘Uiterlijk 2030 de voedselverspilling in winkels en bij consumenten per hoofd van de bevolking halveren en voedselverlies verminderen in de productie- en bevoorradingsketens, met inbegrip van oogstverliezen.’ 

In de BREEAM-NL richtlijn Duurzame huisvesting en bedrijfsvoering kunnen er punten worden behaald als er maatregelen zijn getroffen die de inkoop van overmatig veel voedsel voorkomen. Om zo voedselverspilling van consumenten tegen te gaan.  

Subdoel 12.4

‘Uiterlijk 2020 komen tot een milieuvriendelijk beheer van chemicaliën en van alle afval gedurende de hele levenscyclus, zoals afgesproken in internationale kaderovereenkomsten. Daarnaast de uitstoot aanzienlijk beperken in lucht, water en bodem om de negatieve invloeden daarvan op de menselijke gezondheid en het milieu zoveel mogelijk te beperken.’ 

In alle BREEAM-NL richtlijnen worden eisen gesteld aan het hergebruik en de recycling van materialen en producten. Daarnaast worden er in de In-Use richtlijnen eisen gesteld aan de opslag van chemicaliën om vervuiling en uitstoot te voorkomen.  

Subdoel 12.5

‘Uiterlijk 2030 de afvalproductie aanzienlijk beperken door preventie, vermindering, recyclage en hergebruik.’  

In de BREEAM-NL richtlijnen worden er eisen gesteld aan het voorkomen en verminderen van afval in zowel de bouwfase als gebruiksfase. Daarnaast wordt het hergebruik en recycling van materialen en producten gestimuleerd.  

Subdoel 12.6

‘Bedrijven, speciaal de grote en transnationale, aanmoedigen om duurzaam te handelen en de effecten daarvan op te nemen in hun rapporteringscyclus.’  

De BREEAM-NL Duurzame huisvesting en bedrijfsvoering bevat richtlijnen om de bedrijfsvoering van een bedrijf te verduurzamen. Daarnaast kan er met behulp van alle BREEAM-NL richtlijnen informatie over de duurzaamheid (de prestatie, verbeterdoelen, beleidsstukken) worden verkregen.  

Subdoel 12.8

‘Uiterlijk 2030 zorgen dat over de hele wereld mensen beschikken over relevante informatie over duurzame ontwikkeling en levensstijlen die passen bij de natuur en zorgen dat zij zich hier bewust van zijn’  

In de BREEAM-NL In-Use richtlijnen wordt het informeren van de gebouwgebruikers over de werking van het gebouw maar ook over het duurzaamheidsbeleid gewaardeerd. In de BREEAM-NL In-Use Duurzame huisvesting en bedrijfsvoering wordt het beloond als gebouwgebruikers betrokken worden bij het duurzaamheidsbeleid van de organisatie om het draagvlak te vergroten en duurzaam gedrag te bevorderen.  

SDG 13 is gericht op de aanpak van door mensen veroorzaakte klimaatcrisis. In 2015 is het Parijs-akkoord tot stand gekomen dat beoogt klimaatverandering en de nadelige effecten daarvan te verminderen. De effecten van klimaatverandering vormen een bedreiging voor mens en natuur.   

 


Subdoel 13.1

‘De veerkracht en het aanpassingsvermogen versterken van klimaatrisico's en natuurrampen in alle landen.’ 

In alle BREEAM-NL richtlijnen moeten risico’s op natuurrampen en overstromingen inzichtelijk worden gemaakt. Indien nodig moeten er mitigerende maatregelen worden genomen om het risico te verkleinen.  

Subdoel 13.3

‘De opvoeding, bewustwording en de capaciteit verbeteren voor het tegengaan van klimaatverandering, zorgen voor klimaatadaptatie, zodat de invloed van de verandering minder wordt.’ 

In de BREEAM-NL In-Use Utiliteitsbouw richtlijn moeten de klimaatgerelateerde fysieke, sociale en transitie risico’s en kansen inzichtelijk worden gemaakt om de weerbaarheid van zowel gebouwen als gebouwgebruikers te vergroten.  

Zeewater vormt het grootste ecosysteem ter wereld. SDG 14 richt zich op de toenemende negatieve effecten van klimaatverandering, overbevissing en vervuiling. 

 

 


Subdoel 14.1

‘Uiterlijk 2025 de vervuiling van de zee voorkomen en aanzienlijk verminderen, in het bijzonder door activiteiten op het land, met inbegrip van vervuiling door ronddrijvend afval en voedingsstoffen.’ 

De BREEAM-NL richtlijnen zijn erop gericht vervuiling van oppervlaktewater tegen te gaan. Daarnaast wordt ook het reduceren van afval gestimuleerd, waardoor er indirect minder kans is op vervuiling van de oceanen en zeeën door ronddrijvend afval.

SDG 15 gaat over bescherming, herstel en duurzaam beheer van het leven op het land al zijn vormen. Bescherming en herstel van ecosystemen en biodiversiteit kunnen de weerbaarheid tegen toenemende bevolkingsdruk, intensivering van landgebruik en klimaatverandering versterken.  


 

Subdoel 15.1

‘Uiterlijk 2020 het behoud, herstel en het duurzaam gebruik van aardse en inlandse zoetwaterecosystemen en hun diensten waarborgen, in het bijzonder bossen, moeraslanden, bergen en droge gebieden, in lijn met de verplichtingen van de internationale overeenkomsten.’ 

In de BREEAM-NL richtlijnen wordt inzicht gevraagd in de ecologische waarde van het gebied of het perceel. Ook worden er eisen gesteld aan de waterkwaliteit en het voorkomen van vervuiling van het oppervlaktewater.  

Subdoel 15.2

‘In 2020 de invoering bevorderen van het duurzaam beheer van alle soorten bossen, de ontbossing een halt toeroepen, verloederde bossen herstellen en op duurzame manier bebossing en herbebossing mondiaal opvoeren.’ 

In alle BREEAM-NL richtlijnen wordt verplicht gesteld dat hout en houtproducten die worden ingekocht duurzaam zijn verkregen. Dit om illegale boskap tegen te gaan en duurzaam bosbeheer te bevorderen. 

Subdoel 15.3

‘Naar 2030 woestijnvorming tegengaan, aangetast land en verslechterde bodem herstellen, ook land dat wordt aangetast door woestijnvorming, droogte en overstromingen, en streven naar een wereld die qua landdegradatie neutraal is.’ 

De ecologiecredits in de BREEAM-NL richtlijnen waarborgen het behouden van ecosystemen wat landverslechtering tegen kan gaan. Daarnaast wordt inzicht in de kwaliteit van de bodem (ook bij de locatiekeuze) en indien nodig sanering gestimuleerd.  

Subdoel 15.5

‘Dringende en doortastende actie ondernemen om de aftakeling in te perken van natuurlijke leefgebieden, het verlies van biodiversiteit een halt toe te roepen en, in 2020, de met uitsterven bedreigde soorten te beschermen en hun uitsterven te voorkomen.’ 

In alle BREEAM-NL richtlijnen is het behouden en vergroten van de biodiversiteit van het perceel of het gebied onderdeel van de beoordelingscriteria. Daarnaast worden projecten gestimuleerd om de biodiversiteit en ecologische waarde op het perceel te vergroten.  

Subdoel 15.8

‘Uiterlijk 2020 maatregelen invoeren om de invoering van invasieve uitheemse soorten in land- en waterecosystemen te beperken en hun invloed aanzienlijk te beperken, en de soorten die dreigen te verdwijnen beheersen.’ 

In de BREEAM-NL In-Use Woningen richtlijn wordt in de Vervuiling categorie aandacht besteed aan het verzekeren dat er geen invasieve plantensoorten op het perceel voorkomen.  

Subdoel 15.9

‘Uiterlijk 2020 ecosysteem- en biodiversiteitswaarden integreren in nationale en plaatselijke planning, ontwikkelingsprocessen, strategieën en plannen rond armoedebestrijding.’ 

BREEAM-NL integreert zelf niet de ecosysteem- en biodiversiteitswaarden in beleid, maar in de richtlijnen staan eisen dat er wordt aangesloten en/of ingespeeld op regionale en nationale plannen voor het behouden en vergroten van de biodiversiteit.  

Duurzame steden en gemeenschappen

DGBC is sinds 2022 alliantiecoördinator van SDG-doel 11: Duurzame steden en gemeenschappen. Dat betekent dat we het boegbeeld zijn voor mensen en organisaties die met dat doel aan de slag gaan.  

Alliantiecoördinatoren zijn het aanspreekpunt voor iedereen die al bijdraagt of zou willen bijdragen aan de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s). De coördinatoren vormen elk een alliantie rond een van de zeventien SDG’s. Ze brengen de grootste uitdagingen in kaart en zoeken hiervoor oplossingen binnen hun alliantie. Ze bekijken ook of ze verbanden kunnen leggen met andere doelen en trekken op met de andere SDG-allianties.  

Vragen of opmerkingen?

Neem contact op met:

Leonie de Boer

Leonie de Boer

Laatste nieuws

'Maak BREEAM-NL bewijslast voor voldoen aan groene Europese regels'

2 december 2022
Europa heeft nieuwe groene regels waar ook Nederlandse bedrijven aan moeten voldoen. Deze raken het duurzaam bouwen. DGBC maakte al een...

Controle van diepste kelder tot hoogste zonnepaneel

24 november 2022
Het lijken wel schubben, op de gevel van het gloednieuwe Matrix One gebouw op het Amsterdamse Science Park. Elke losse ‘schub’ is een...
BREEAM-NL Magazine 2022

Laat je inspireren door het nieuwe BREEAM-NL Magazine

17 november 2022
Het nieuwe keurmerk voor nieuwbouwwoningen komt eraan en in het digitale BREEAM-NL Magazine bieden we vast een voorproefje en een artikel...