Hulp bij credits

Je kan navigeren naar hulpteksten via het menu of je kan in de Assessmenttool de hulp-link aanklikken en direct op de hulppagina terecht komen.

Aanvullende informatie op de BRL

Wil je meewerken aan het vullen van de hulppagina’s, heb je suggesties of goede ideeën, mail deze dan naar helpdesk@dgbc.nl

Interpretatiedocument

Interpretaties

Om het interpretatiedocument te downloaden moet je rechts eerst de juiste versie van BREEAM-NL selecteren.

  • Wst 3a - Opslagruimte voor hergebruik afval - overige functies

NVO in plaats van BVO

Pagina 247, criteria-eis 1.2: Waar bij BVO staat geschreven, moet dit gelezen worden als NVO 

Datum van publicatie:
08 januari 2016
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • Pol 1 - GWP van koudemiddelen voor klimatisering

Minder dan 3kg koudemiddel

Bij de kop “Hoeveelheid koudemiddel minder dan 3 kg” en “Multisplitsystemen” is beschreven dat de credit kan worden toegekend als de totale hoeveelheid koudemiddel minder is dan 3 kg of 1 kg (woningen).

Dit mag geïnterpreteerd worden als “de totale hoeveelheid koudemiddel dat niet aan criteria eis 1.1 voldoet minder is dan 3 kg of 1 kg (woningen).”

Bijvoorbeeld: een situatie waarbij 1000 kg ammoniak wordt gebruik voor centrale klimatisering én daarnaast een splitsysteem voor de serverruimte met 2,5 kg koudemiddel met een GWP groter dan 5 voldoet wél aan de criteria-eisen. 

Datum van publicatie:
08 januari 2016
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2011 v1.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2010 v2.0
  • Hea 7 - Natuurlijke ventilatie

Standen open raam

Bij Criteria-eis 5 wordt voor het raam een regeling met ten minste drie standen geëist, waarvan één kierstand. Deze drie standen zijn alle drie ‘open’ standen, een gesloten raam wordt niet gezien als een stand. 

Datum van publicatie:
08 januari 2016
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2011 v1.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2010 v2.0
  • Hea 9 - Vluchtige organische verbindingen

Alternatieve gezondheidslabels

 Als alternatief gezondheidslabel kunnen de schema’s geaccepteerd worden zoals gepubliceerd op BREEAM.NL/hulp bij HEA 9. 

Datum van publicatie:
08 januari 2016
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2011 v1.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2010 v2.0
  • Ene 6 - Minimalisatie luchtinfiltratie laadplatforms en losplatforms

Foutieve verwijzing bullit 7

De 7e bullet op pagina 175 “Plus, waar integrale koel en vries etc. etc.” komt te vervallen. Per abuis is hier een eis beschreven betreffende koel en vriesopslagsystemen die niet van toepassing is voor deze credit. 

Datum van publicatie:
08 januari 2016
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2011 v1.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2010 v2.0
  • Ene 1 - Energie Efficiëntie

Koel-/vriesruimten

Voor industriefuncties met een oppervlak van de koel-/vriesruimten groter dan 250 m2 BVO mag gebruik worden gemaakt van ‘Instructie 109 Technische checklist koel/vriesopslagruimten’. De credit ENE 7 wordt dan gefilterd (in de assessmenttool niet de gebouweigenschap ‘koel- en vriesopslag’ aanvinken). Download via https://www.breeam.nl/over-breeam/handleiding-procedures-en-instructies

Datum van publicatie:
30 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2011 v1.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2010 v2.0
  • Mat 5 - Onderbouwde herkomst van materiaal

Isolatiematerialen in tabel 26

Criteria-eisen 2.2 t/m 5.2 verwijzen naar tabel 26 voor de elementen van de scope. Hierin worden ook isolatie-elementen benoemd, terwijl deze geen onderdeel zijn van Criteria 2, 3, 4 en 5. De isolatie-elementen worden bij Criteria 1 beoordeeld waar de schilisolatie en isolatie van installatieonderdelen wordt gevraagd.
De Nl-SfB elementen 16.05 Kelderwandisolatie, 41.04 Spouwisolatie, 47.07 Isolatie plat dak, 47.08 Isolatie hellend dak en 43.03 Vloerisolatie uit tabel 26 vormen de scope voor Criterium 1, de schilisolatie. 

Datum van publicatie:
15 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • Ene 1 - Energie Efficiëntie

Koel/vriesruimten

Voor industriefuncties met een oppervlak van de koel/vriesruimte groter dan 250 m2 BVO is "Instructie 109 Technische checklist koel/vriesopslagruimten" van toepassing. De credit ENE 7 wordt dan gefilterd (in de assessmenttool niet de gebouweigenschap ‘koel- en vriesopslag’ aanvingen). Het is niet toegestaan gebruik te maken van de alternatieve EPC methode voor het oppervlakte koel/-vriesruimten. Download via https://www.breeam.nl/over-breeam/handleiding-procedures-en-instructies

Datum van publicatie:
15 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v2.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • Mat 5 - Onderbouwde herkomst van materiaal

Bepaling punten MAT 5 calculator

Pagina 230, tweede bullet van de berekeningsprocedure. De puntentelling van de BREEAM-NL 2014 MAT 5 calculator is aangepast voor de 2014 BRL. De bullet moet als volgt gelezen worden:
De score voor de materialen 1. t/m 12. (Tabel 27) wordt berekend met het tabblad Materialen; hiervoor kunnen maximaal 4 creditpunten behaald worden.

  •  15 punten - 4 creditpunten
  •  11,25 punten - 3 creditpunten
  •  7,5 punten - 2 creditpunten
  •  3,75 punten - 1 creditpunt

Datum van publicatie:
15 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • Ene 5 - Toepassing duurzame energie

Koel/vriesruimten

Voor industriefuncties waarbij voor de energieprestatie (ENE 1) van de koel/vriesruimten gebruik wordt gemaakt van de ‘Technische checklist koel/vriesruimten’ dient het percentage CO2 reductie conform criteria M van de checklist bepaald te worden. Bij meerdere functies dient de CO2 reductie naar rato van het oppervlak verrekend te worden.

Datum van publicatie:
15 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v2.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2011 v1.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2010 v2.0
  • Le 2 - Verontreinigde bodem

Sanering voorafgaand aan aankoop grond

De credit kan alleen worden toegekend als de sanering is uitgevoerd ten behoeve van de huidige projectontwikkeling (de projectscope van BREEAM-NL certificering betreft), ondanks dat de grond op moment van sanering in eigendom was van een andere partij. De credit is niet haalbaar wanneer in het verleden sanering heeft plaats gevonden, zonder dat dit specifiek onderdeel was van de huidige projectontwikkeling.

Bijvoorbeeld: Indien de gemeente de bodem heeft gesaneerd, in plaats van door de geëiste opdrachtgever/ontwikkelaar uit de criteria-eisen, dan is dit ook toegestaan als kan worden aangetoond dat de plannen voor de huidige projectontwikkeling al met de gemeente waren overlegd ten tijde van de sanering. Met andere woorden: de gemeente heeft naar aanleiding van het huidige projectontwikkeling opdracht gegeven voor sanering. 

Datum van publicatie:
15 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2011 v1.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2010 v2.0
  • Pol 4 - Ruimteverwarminggerelateerde NOx emissies

Groene stroom

De tekst bij de kop “Groene stroom” op pagina 288 komt te vervallen. De tekst bij de kop “Hernieuwbare energie” moet als volgt worden gelezen:

Duurzame energie

Als elektriciteit voor ruimteverwarming in de ‘directe omgeving’ van het het project wordt opgewekt en geen NOx emissie heeft (bijvoorbeeld zon, wind, etc.) dan kan worden gesteld dat er geen NOx-emissies plaatsvinden. De inkoop van groene stroom voor gebouwverwarming wordt niet gehonoreerd bij deze credit.

Voor de definitie van ‘directe omgeving’. Zie de sectie definities bij ENE 5.  

Datum van publicatie:
15 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • Man 3 - Milieu-impact bouwplaats

Hergebruikt Hout

Onder ‘Aanvullingen op de criteria-eisen’, ‘Hergebruikt hout’ staat: ‘Echter het hergebruik van hout voor bekisting dient wel gecertificeerd te zijn conform criteria-eis 1.1’.
Dit moet gelezen worden als: ‘Echter het hergebruikte hout voor bekisting dient wel gecertificeerd te zijn conform criteria-eis 1.1.’ 

Datum van publicatie:
15 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • Ene 4 - Energiezuinige buitenverlichting

Bewijslast D

Benodigd bewijsmateriaal – opleverfase, bewijsstuk D. Per abuis is voor bewijslast D foutieve tekst gekopieerd van ENE 5. De tekst bij bewijslast D, Opleverfase moet als volgt worden gelezen:
“Een verklaring van de assessor dat tijdens de site-inspectie de aanwezige buitenverlichting is gecontroleerd op het voldoen aan de criteria-eisen.” 

Datum van publicatie:
15 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • Ene 4 - Energiezuinige buitenverlichting

Formule Specifiek Verlichtingsvermogen per Lux

Onder Definities bij Specifiek verlichtingsvermogen per lux’ staat de formule (de haakjes) verkeerd weergegeven. De formule moet gelezen worden als: Specifiek verlichtingsvermogen per lux per m2 = ( P [W] / Eh,doel [lux] ) / A [m2]” 

Datum van publicatie:
15 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • Pol 4 - Ruimteverwarminggerelateerde NOx emissies

Groene stroom

De tekst bij de kop “Groene stroom” op pagina 329 komt te vervallen. De tekst bij de kop “Duurzame energie” moet als volgt worden gelezen:

Duurzame energie
Als elektriciteit voor ruimteverwarming in
de ‘directe omgevingvan het het project wordt opgewekt en geen NOx emissie heeft (bijvoorbeeld zon, wind, etc.) dan kan worden gesteld dat er geen NOx-emissies plaatsvinden. De inkoop van groene stroom voor gebouwverwarming wordt niet gehonoreerd bij deze credit.

Voor de definitie van ‘directe omgeving’. Zie de aanvullingen op de criteria-eisen bij ENE 5. 

Datum van publicatie:
15 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2011 v1.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2010 v2.0
  • Tra 1b - Aanbod van ov - winkel, logies, bijeenkomst

'Van en naar het gebouw'

Criteria-eisen 1.2 – 4.2 stellen: “Binnen X meter vanaf het gebouw is een ov-verbinding van en naar het gebouw met een frequentie van Y minuten tijdens openingstijden”.
Dit moet gelezen worden als:
Binnen X meter vanaf het gebouw is een ov-verbinding. Waarbij het OV-aanbod een frequentie heeft van Y minuten tijdens openingstijden. 

Datum van publicatie:
15 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • Mat 1 - Bouwmaterialen

Tabel 24 Scope materialen

Tabel 24 op pagina 221 van MAT 1 is niet meer van toepassing. Zie voor een actuele scope van de materialen voor de beoordeling van MAT 1 de materialengroepen in de Nationale Milieudatabase. Voor informatie over de nationale milieudatabase zie breeam.nl/hulp 

Datum van publicatie:
15 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • In-Use Algemeen

Hercertifceren tegen niet vigerende versie

In paragraaf 4.2 “registreren” is beschreven dat een eenmaal gecertificeerd project 3 jaar lang tegen dezelfde versie mag certificeren. De volgende tekst geldt daar als aanvulling op:

“Hercertificering tegen een niet-vigerende versie is alleen mogelijk voor de delen (Asset, Beheer en/of Gebruik) met een geldig BREEAM-NL In-Use certificaat, waarbij dit certificaat niet mag zijn behaald uit een eerdere hercertificering tegen een niet-vigerende versie.” 

Datum van publicatie:
08 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL In-Use 2014 v1.0
  • MAT102 - Milieubelasting materialen van het gebouw

Referentieniveau

Tekst bij criteria:
“Het referentieniveau staat per functie en per database versie op: https://www.milieudatabase.nl/index.php?id=referentie

Moet gelezen worden als:
“Het referentieniveau staat per functie en per database versie op:

https://www.breeam.nl/hulp/nieuwbouw/materialen/17362/Mat%201%20- %20Bouwmaterialen.

Kolom ‘(A) t/m BREEAM-NL 2011’ moet aangehouden worden als referentie voor BREEAM-NL In-Use 2014.“ 

Datum van publicatie:
08 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL In-Use 2014 v1.0

Pagina's