Hulp bij credits

Je kan navigeren naar hulpteksten via het menu of je kan in de Assessmenttool de hulp-link aanklikken en direct op de hulppagina terecht komen.

Aanvullende informatie op de BRL

Wil je meewerken aan het vullen van de hulppagina’s, heb je suggesties of goede ideeën, mail deze dan naar helpdesk@dgbc.nl

Interpretatiedocument

Interpretaties

Om het interpretatiedocument te downloaden moet je rechts eerst de juiste versie van BREEAM-NL selecteren.

  • Ene 4 - Energiezuinige buitenverlichting

Bewijslast D

Benodigd bewijsmateriaal – opleverfase, bewijsstuk D. Per abuis is voor bewijslast D foutieve tekst gekopieerd van ENE 5. De tekst bij bewijslast D, Opleverfase moet als volgt worden gelezen:
“Een verklaring van de assessor dat tijdens de site-inspectie de aanwezige buitenverlichting is gecontroleerd op het voldoen aan de criteria-eisen.” 

Datum van publicatie:
15 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • Ene 4 - Energiezuinige buitenverlichting

Formule Specifiek Verlichtingsvermogen per Lux

Onder Definities bij Specifiek verlichtingsvermogen per lux’ staat de formule (de haakjes) verkeerd weergegeven. De formule moet gelezen worden als: Specifiek verlichtingsvermogen per lux per m2 = ( P [W] / Eh,doel [lux] ) / A [m2]” 

Datum van publicatie:
15 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • Pol 4 - Ruimteverwarminggerelateerde NOx emissies

Groene stroom

De tekst bij de kop “Groene stroom” op pagina 329 komt te vervallen. De tekst bij de kop “Duurzame energie” moet als volgt worden gelezen:

Duurzame energie
Als elektriciteit voor ruimteverwarming in
de ‘directe omgevingvan het het project wordt opgewekt en geen NOx emissie heeft (bijvoorbeeld zon, wind, etc.) dan kan worden gesteld dat er geen NOx-emissies plaatsvinden. De inkoop van groene stroom voor gebouwverwarming wordt niet gehonoreerd bij deze credit.

Voor de definitie van ‘directe omgeving’. Zie de aanvullingen op de criteria-eisen bij ENE 5. 

Datum van publicatie:
15 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2011 v1.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2010 v2.0
  • Tra 1b - Aanbod van ov - winkel, logies, bijeenkomst

'Van en naar het gebouw'

Criteria-eisen 1.2 – 4.2 stellen: “Binnen X meter vanaf het gebouw is een ov-verbinding van en naar het gebouw met een frequentie van Y minuten tijdens openingstijden”.
Dit moet gelezen worden als:
Binnen X meter vanaf het gebouw is een ov-verbinding. Waarbij het OV-aanbod een frequentie heeft van Y minuten tijdens openingstijden. 

Datum van publicatie:
15 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • Mat 1 - Bouwmaterialen

Tabel 24 Scope materialen

Tabel 24 op pagina 221 van MAT 1 is niet meer van toepassing. Zie voor een actuele scope van de materialen voor de beoordeling van MAT 1 de materialengroepen in de Nationale Milieudatabase. Voor informatie over de nationale milieudatabase zie breeam.nl/hulp 

Datum van publicatie:
15 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • Mat 5 - Onderbouwde herkomst van materiaal

Isolatiematerialen in tabel 26

Criteria-eisen 2.2 t/m 5.2 verwijzen naar tabel 26 voor de elementen van de scope. Hierin worden ook isolatie-elementen benoemd, terwijl deze geen onderdeel zijn van Criteria 2, 3, 4 en 5. De isolatie-elementen worden bij Criteria 1 beoordeeld waar de schilisolatie en isolatie van installatieonderdelen wordt gevraagd.
De Nl-SfB elementen 16.05 Kelderwandisolatie, 41.04 Spouwisolatie, 47.07 Isolatie plat dak, 47.08 Isolatie hellend dak en 43.03 Vloerisolatie uit tabel 26 vormen de scope voor Criterium 1, de schilisolatie. 

Datum van publicatie:
15 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • Ene 1 - Energie Efficiëntie

Koel/vriesruimten

Voor industriefuncties met een oppervlak van de koel/vriesruimte groter dan 250 m2 BVO is "Instructie 109 Technische checklist koel/vriesopslagruimten" van toepassing. De credit ENE 7 wordt dan gefilterd (in de assessmenttool niet de gebouweigenschap ‘koel- en vriesopslag’ aanvingen). Het is niet toegestaan gebruik te maken van de alternatieve EPC methode voor het oppervlakte koel/-vriesruimten. Download via https://www.breeam.nl/over-breeam/handleiding-procedures-en-instructies

Datum van publicatie:
15 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v2.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • Mat 5 - Onderbouwde herkomst van materiaal

Bepaling punten MAT 5 calculator

Pagina 230, tweede bullet van de berekeningsprocedure. De puntentelling van de BREEAM-NL 2014 MAT 5 calculator is aangepast voor de 2014 BRL. De bullet moet als volgt gelezen worden:
De score voor de materialen 1. t/m 12. (Tabel 27) wordt berekend met het tabblad Materialen; hiervoor kunnen maximaal 4 creditpunten behaald worden.

  •  15 punten - 4 creditpunten
  •  11,25 punten - 3 creditpunten
  •  7,5 punten - 2 creditpunten
  •  3,75 punten - 1 creditpunt

Datum van publicatie:
15 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • Ene 5 - Toepassing duurzame energie

Koel/vriesruimten

Voor industriefuncties waarbij voor de energieprestatie (ENE 1) van de koel/vriesruimten gebruik wordt gemaakt van de ‘Technische checklist koel/vriesruimten’ dient het percentage CO2 reductie conform criteria M van de checklist bepaald te worden. Bij meerdere functies dient de CO2 reductie naar rato van het oppervlak verrekend te worden.

Datum van publicatie:
15 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v2.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2011 v1.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2010 v2.0
  • Le 2 - Verontreinigde bodem

Sanering voorafgaand aan aankoop grond

De credit kan alleen worden toegekend als de sanering is uitgevoerd ten behoeve van de huidige projectontwikkeling (de projectscope van BREEAM-NL certificering betreft), ondanks dat de grond op moment van sanering in eigendom was van een andere partij. De credit is niet haalbaar wanneer in het verleden sanering heeft plaats gevonden, zonder dat dit specifiek onderdeel was van de huidige projectontwikkeling.

Bijvoorbeeld: Indien de gemeente de bodem heeft gesaneerd, in plaats van door de geëiste opdrachtgever/ontwikkelaar uit de criteria-eisen, dan is dit ook toegestaan als kan worden aangetoond dat de plannen voor de huidige projectontwikkeling al met de gemeente waren overlegd ten tijde van de sanering. Met andere woorden: de gemeente heeft naar aanleiding van het huidige projectontwikkeling opdracht gegeven voor sanering. 

Datum van publicatie:
15 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2011 v1.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2010 v2.0
  • Pol 4 - Ruimteverwarminggerelateerde NOx emissies

Groene stroom

De tekst bij de kop “Groene stroom” op pagina 288 komt te vervallen. De tekst bij de kop “Hernieuwbare energie” moet als volgt worden gelezen:

Duurzame energie

Als elektriciteit voor ruimteverwarming in de ‘directe omgeving’ van het het project wordt opgewekt en geen NOx emissie heeft (bijvoorbeeld zon, wind, etc.) dan kan worden gesteld dat er geen NOx-emissies plaatsvinden. De inkoop van groene stroom voor gebouwverwarming wordt niet gehonoreerd bij deze credit.

Voor de definitie van ‘directe omgeving’. Zie de sectie definities bij ENE 5.  

Datum van publicatie:
15 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • In-Use Algemeen

Hercertifceren tegen niet vigerende versie

In paragraaf 4.2 “registreren” is beschreven dat een eenmaal gecertificeerd project 3 jaar lang tegen dezelfde versie mag certificeren. De volgende tekst geldt daar als aanvulling op:

“Hercertificering tegen een niet-vigerende versie is alleen mogelijk voor de delen (Asset, Beheer en/of Gebruik) met een geldig BREEAM-NL In-Use certificaat, waarbij dit certificaat niet mag zijn behaald uit een eerdere hercertificering tegen een niet-vigerende versie.” 

Datum van publicatie:
08 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL In-Use 2014 v1.0
  • MAT102 - Milieubelasting materialen van het gebouw

Referentieniveau

Tekst bij criteria:
“Het referentieniveau staat per functie en per database versie op: https://www.milieudatabase.nl/index.php?id=referentie

Moet gelezen worden als:
“Het referentieniveau staat per functie en per database versie op:

https://www.breeam.nl/hulp/nieuwbouw/materialen/17362/Mat%201%20- %20Bouwmaterialen.

Kolom ‘(A) t/m BREEAM-NL 2011’ moet aangehouden worden als referentie voor BREEAM-NL In-Use 2014.“ 

Datum van publicatie:
08 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL In-Use 2014 v1.0
  • Man 3 - Participatie

Participatie - generieke eis

De generieke criteria-eis:
“Alle in de stakeholderanalyse (MAN 2) benoemde stakeholders zijn bij... ...gebiedsontwikkeling gedurende de (resterende) Ontwerp- en Realisatiefasen”

Moet gelezen worden als:
“Alle in de stakeholderanalyse benoemde stakeholders zijn geïnformeerd over:
  • De fysieke grenzen van het plangebied
  • De beoogde elementen van het project
  • Een (grove) tijdplanning
  • De te verwachten effecten van de gebiedsontwikkeling gedurende de(resterende) ontwikkelfasen.” 
Datum van publicatie:
30 juni 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Gebiedsontwikkeling 2012 v1.0
  • Tra 91 - Personeelstransport

Onderbouwing Slimslopentool

Bewijsmateriaal B en C: Als onderbouwing van de ingevulde Slimslopentool dient aangetoond te worden de wijze van transport naar de projectlocatie en een overzicht van ingezet personeel en van ingezette voertuigen. 

Datum van publicatie:
30 juni 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Sloop en Demontage 2013 v1.0
  • Wst 2 - Gebruik van secundair materiaal

30 km eis

Criteria-eis 1: waar staat ‘verkregen van een afvalverwerker binnen 30 km van de bouwplaats’. Dit moet als volgt beoordeeld worden: De afstand van de bron van het toeslagmateriaal tot de productielocatie van het product moet beoordeeld worden bij deze credit. Met de bron van het toeslagmateriaal wordt de locatie van de afvalverwerker, of de directe bron zoals een sloopproject bedoeld.

Bijvoorbeeld 1: bij prefab beton, het secundaire of gerecyclede toeslagmateriaal moet afkomstig zijn van een locatie binnen 30 km van de productielocatie van de prefab betonnen elementen.

Bijvoorbeeld 2: bij in het werk gestort beton aangevoerd vanaf een betoncentrale: het secundaire of gerecyclede toeslagmateriaal moet afkomstig zijn van een locatie binnen 30 km van de productielocatie van het beton, d.w.z. de betoncentrale.

LET OP: het gaat bij de credit niet alleen om beton. Zie de lijst met materialen bij ‘Hoogwaardig toeslagmateriaal’ onder ‘Definities’. 

Datum van publicatie:
30 juni 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2011 v1.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2010 v2.0
  • Bro 1 - Beperk Primair Energiegebruik

Alternatieve EPC berekening Industriële gebouwen

‘Aanvullingen op de criteria-eisen’, onderdeel ‘gebouwen waarvoor geen toelaatbaar karakteristiek energiegebruik kan worden bepaald’:
“...dient contact te worden opgenomen met de DGBC voor een passende invulling van het karakteristiek energieverbruik”.

Moet gelezen worden als:
“...moet een EPC-berekening conform NEN7120 met als referentiegebouw een gebouw met sportfunctie met lage temperatuur (13 oC) te worden uitgevoerd, zie BREEAM/hulp onder ENE1 van ‘Hulp bij nieuwbouw’ voor meer informatie en actuele richtlijnen.” 

Datum van publicatie:
30 juni 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Gebiedsontwikkeling 2012 v1.0
  • Tra 91 - Personeelstransport

Onderbouwing ingezet materiaal en transport

Bewijsmateriaal E: Als onderbouwing van de ingevulde Slimslopentool dient een overzicht van ingezet materiaal en transport aangeleverd te worden. 

Datum van publicatie:
30 juni 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Sloop en Demontage 2013 v1.0
  • Pol 8 - Geluidsoverlast

Bewijslast B

Benodigd bewijsmateriaal – ontwerpfase, bewijsstuk B. Per abuis is hier dubbel een verwijzing naar ‘een kopie van het akoestisch onderzoek.. etc’ opgenomen.
In overeenstemming met BRL 2011 mag tevens als bewijsmateriaal worden aangeleverd: ‘een kopie van het PvE of bestek, waarin de eis staat dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd in overeenstemming met de HRMI door een gekwalificeerd akoesticus’. 

Datum van publicatie:
30 juni 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • W&W 5 - Eigenaarschap

Puntentelling per Criteria-eis

De tekst:
“Er kunnen maximaal 6 punten als volgt toegekend worden:
1 – waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat er co-creatie bereikt is.

2 – waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat er co-organisatie bereikt is.

3 – waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat er co-investering bereikt is.”

Moet gelezen worden als:
“Er kunnen maximaal 3 punten als volgt toegekend worden:
1 – waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat er co-creatie bereikt is.

1 – waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat er co-organisatie bereikt is.

1 – waar de geleverde bewijsvoering aantoont dat er co-investering bereikt is.”

De puntentelling van de creditcriteria kan afzonderlijk behaald worden, alle criteria zijn daarom 1 punt waard. 

Datum van publicatie:
30 juni 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Gebiedsontwikkeling 2012 v1.0

Pagina's