Hea 4 - Hoogfrequente verlichting

Interpretaties

Om het interpretatiedocument te downloaden moet je rechts eerst de juiste versie van BREEAM-NL selecteren.

Hoogfrequente verlichting dimtechnieken

Bij toepassing van dimbare ledverlichtingsystemen zijn een aantal dimtechnieken beschreven die niet mogen worden toegepast (PWM, fase afsnijding, fase afsnijding). Onder de volgende voorwaarden kunnen deze dimtechnieken voor ledverlichting toch worden geaccepteerd. De ledsystemen moeten dan voldoen aan de criteria voor flicker PstLM ≤  1,0 en stroboscopisch effect SVM 1,6  ≤ conform de bepalingen in NEMA 77-2017. Dit geldt voor normale en gedimde bedrijfstoestand met inachtneming van de mogelijke invloed van spanningsfluctuaties op het elektriciteitsnet.

Aanvulling op interpretatie

De criteria voor flicker en stroboscopisch effect zijn in NEMA 77-2017 geformuleerd in termen van de maatstaven PstLM (flicker severity) en SVM (stroboscopic visibility measure) zoals beschreven in IEC CIE TN 006:2016. De criteria uit Tabel 6 van NEMA 77-2017 die van toepassing zijn voor respectievelijk flicker en stroboscopisch effect zijn: PstLM  ≤ 1,0 en SVM ≤1,6. 

De flicker testmethode is beschreven in editie 2 van IEC TR 61547-1:2017 waarbij getest wordt onder toepassing van genormeerde netspanningsvariaties, en (indien van toepassing) in gedimde bedrijfstoestand met de toegepaste dimtechniek van het lichtsysteem zelf of met een genormeerde onafhankelijke dimmer volgens NEMA SSL-7A-2015. 

De stroboscopische effect testmethode is beschreven in IEC TR 63158:2018, waarbij ook getest wordt (indien van toepassing) in gedimde bedrijfstoestand met de toegepaste dimtechniek van het lichtsysteem zelf of met een genormeerde onafhankelijke dimmer zoals gedefinieerd in NEMA SSL-7A-2015. 

De tests in de gedimde bedrijfstoestand wordt uitgevoerd met een lichtniveau van 50% van het nominale lichtniveau in ongedimde toestand (100%). Deze test moet representatief zijn voor de gehele driver. Indien andere dimtechnieken op een lagere dimstand worden gebruikt met dezelfde driver dan dient deze separaat te worden getest bij een lichtniveau van 20% van het nominale lichtniveau. De waarden voor PstLM en SVM dienen voor de testsituaties in de tabel HEA 4.1 op breeam.nl/hulp te worden opgegeven voor elke ledarmatuur, -dimmercombinatie en/of -drivercombinatie die in de installatie voorkomt.

Datum van publicatie:
17 februari 2020
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v2.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01

Hoogfrequente verlichting

Onder definitie van deze credit wordt genoemd:” .....verhoogt tot een frequentie van 30kHz”. Hier dient te worden gelezen: een frequentie van minimaal 30 kHz.. 

Datum van publicatie:
27 juni 2012
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2011 v1.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2010 v2.0

Constante gelijkstroom

Constante gelijkstroom evenals wisselstroom gestuurde verlichting (zoals LED) is tevens toegestaan. Mits met cijfers of percentages kan worden onderbouwd waarom het projectvoorstel gelijk of beter is dan de gestelde eis in de BRL (30kHz). 

Datum van publicatie:
27 juni 2012
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2011 v1.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2010 v2.0

Achtergrond / Baten

Waarom wordt PWM dimmen van LED verlichting niet meer toegestaan in de BRL 2014?

Na uitgebreide marktconsultatie omtrent het wel of niet toestaan van PWM techniek bij de credit HEA 4 is besloten om LED verlichting voorzien van PWM-techniek niet toe te staan binnen de credit HEA 4 in de BREEAM-NL versie 2014.

Reden dat PWM-techniek niet is toegestaan is dat dimmen met een lage frequentie hinderlijke flikkeringen veroorzaakt. Ook een voorstel om grenswaarden (tot welke frequentie) aan de PWM-techniek vast te stellen is afgeraden, aangezien er nog maar beperkt wetenschappelijk onderzoek heeft plaatsgevonden over de exact vast te stellen grenswaarden. Op basis hiervan is besloten om PWM-techniek in zijn geheel uit te sluiten.

Stroomgeregeld dimmen voldoet overigens wel aan de gestelde eisen bij HEA4.

Hoe toe te passen

In ons project gebruiken we DALI-interface om de LED-verlichting te dimmen, hoe wordt dit beoordeeld in HEA 4? 

De DALI-interface maakt het mogelijk om uw verlichting in het gebouw 'slim' te sturen door het o.a. te schakelen, te dimmen en te monitoren. Het toepassen van DALI in uw project heeft geen gevolgen voor HEA 4 en kan worden toegepast. Houdt er wel rekening mee dat het toepassen van DALI niet aangeeft welke dimtechniek wordt toegepast. Dit dient te worden onderbouwd ter goedkeuring aan de assessor.

HEA 4 tabel 4.1

Type verlichting 

Testcondities 

Flicker PstLM 

Stroboscopisch effect SVM 

Elektronisch HF VSA 

LED verlichting in normale bedrijfstoestand (ongedimd) 

Stabiele netspanning 

≤ 1,0 

≤ 1,6 

NVT 

Netspanning met vijf genormeerde netspanningsvariaties 

≤ 1,0 

NVT 

NVT 

LED verlichting in gedimde bedrijfstoestand (50% van nominale lichtniveau) * 

Stabiele netspanning 

≤ 1,0 

≤ 1,6 

NVT 

Netspanning met vijf genormeerde netspanningsvariaties** 

assessment van ≤ 1,0 

casco en hoofdinstallaties 

NVT 

NVT 

* Bij toepassing van verschillende dimtechnieken met dezelfde driver of armatuur (ook wel hybride dimmen genoemd) dient een additionele meting worden uitgevoerd bij 20% van het nominale lichtniveau. 

** Alleen van toepassing bij armaturen met geïntegreerde dimtechniek. 

Datum laatste wijziging: 17 februari 2020