Ene 1 - Energie Efficiëntie

Interpretaties

Om het interpretatiedocument te downloaden moet je rechts eerst de juiste versie van BREEAM-NL selecteren.

Energietechnieken na ingebruikname

In bijzondere gevallen kan het voorkomen dat grootschalige (gebiedsgebonden) energietechnieken pas na ingebruikname van een gebouw worden gerealiseerd. Zie hiervoor "Instructie 108 BREEAM-NL procedure voor energietechnieken (v1.0, 2014)", download via https://www.breeam.nl/over-breeam/handleiding-procedures-en-instructies.

Datum van publicatie:
17 februari 2020
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v2.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2011 v1.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2010 v2.0

Kwaliteitsverklaringen

Bij het bepalen van de energieprestatie mogen door het CBRG afgegeven kwaliteitsverklaringen worden gebruikt die gelden op de datum van de omgevingsvergunning.

Datum van publicatie:
26 april 2019
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v2.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2011 v1.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2010 v2.0

Warmtapwater bij alternatieve EPC industriefunctie

Bij de alternatieve EPC berekening voor industriefuncties dient het energieverbruik voor warmtapwater voor het gehele gebruiksoppervlak in de ontwerpberekening meegenomen te worden. Indien geen sanitairwarmwaterinstallatie in het ontwerp opgenomen is dient men uit te gaan van een (forfaitaire) conventionele standaard warmtapwaterinstallatie (invoer: gasgestookt warmwatertoestel HRww, CW-klasse 4, leidinglengtes > 3 m). Indien specifiek ten behoeve van de industriefunctie wel een sanitair warmwaterinstallatie is opgenomen in het ontwerp dan mag de daadwerkelijk te realiseren/gerealiseerde sanitair warmwaterinstallatie opgenomen worden ten behoeve van het gehele gebruiksoppervlak met industriefunctie. Indien deze installatie uitgerust is met met een doucheWTW mag deze ook opgenomen worden in de berekening. Er mag ook gebruik worden gemaakt van de forfaitair voorgeschreven sanitair warmwaterinstallatie.   

Datum van publicatie:
02 oktober 2017
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v2.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2011 v1.0

Uitbreiding van gebouwen

De laatste regel van de toelichting over uitbreiding op bestaande gebouwen moet gelezen worden als “Tevens dienen gebouwinstallaties die geen rol spelen in de voorzieningen van de uitbreiding niet meegenomen te worden.”

Datum van publicatie:
16 februari 2017
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2011 v1.0

Elektriciteitsopwekking op gebiedsniveau

Bij toepassing van een hernieuwbare elektriciteitsopwekkingsinstallatie op gebiedsniveau, zogenaamde collectieve elektriciteitsvoorziening,  kan deze conform de NVN 7125 worden meegenomen bij de bepaling van de EPC. 

In hoofdstuk 6 van de NVN 7125 wordt ingegaan op de eisen waaraan moet worden voldaan om een maatregel mee te kunnen nemen. In de paragrafen 6.3.1 en 6.3.3 staan de eisen benoemd om een collectieve elektriciteitsvoorziening mee te mogen nemen in de berekening van de EPC.  Dit zijn de volgende:

  1. de collectieve elektriciteitsvoorziening moet plaatsvinden binnen 10 km van het perceel;
  2. de collectieve elektriciteitsvoorziening moet een gelijktijdige en samenhangende ontwikkeling zijn met het gebied;
  3. er is een contractuele verbintenis waarin de opgewekte energie ten behoeve van de EPC wordt verdeeld.

Om de NVN 7125 toe te mogen passen voor ENE 1 en ENE 5 voor elektriciteitsopwekkingsinstallaties op gebiedsniveau, zal moeten worden aangetoond dat aan deze eisen is voldaan. Met het enkel inkopen van garanties van oorsprong  of het gebruiken van bestaande installaties wordt niet aan de eisen van de NVN 7125 voldaan.

Als leidraad kan worden aangehouden dat aan de eisen van NVN 7125 wordt voldaan, indien wordt voldaan aan de onderstaande voorwaarden:

-       de oplevering van de collectieve elektriciteitsvoorziening vindt plaats binnen de periode 2 jaar voor en 2 jaar na de oplevering van het gebouw;
-       dubbeltelling wordt voorkomen door een contractuele verbintenis dat het aandeel energie opwekking enkel voor dit project zal worden gebruikt voor de bepaling van de energieprestatie (EPC en Energielabel);
-       de contractuele koppeling is gewaarborgd voor een periode van minimaal 10 jaar;
-       de gedane investering staat in verhouding tot de meegerekende hoeveelheid duurzame elektriciteitsopwekking.

Indien niet (volledig) aan bovenstaande voorwaarden wordt voldaan, dient nader te worden onderbouwd dat met de voorgestelde collectieve elektriciteitsvoorziening wordt voldaan aan de eisen volgens de NVN 7125.


Datum van publicatie:
25 oktober 2016
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2011 v1.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw - Datacenters 2012 v1.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2010 v2.0

Technische Checklist A7

1 punt ontbreekt bij de Toepassing hernieuwbare energie:
De volgende tekst moet worden toegevoegd bij de toepassing/eigenschap:
Minimaal 5% van de warmtevraag voor ruimteverwarming en warmwater wordt opgewekt door duurzame energiebronnen op de locatie.

Hier is ook 1 credit voor beschikbaar, dezelfde lijst met aanvullende eisen/hulpmiddelen geldt als voor de elektriciteitsvraag. 

Datum van publicatie:
06 juli 2016
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01

EPA Nieuwbouw label

Pagina 127, criteria-eis 1.3 t/m 15.3. Indien een EPA nieuwbouw label (conform ISSO 75.1 in combinatie met BRL 9500-06) inclusief bijbehorende rapportage voor het gebouw wordt opgesteld, mag dit ook worden gebruikt om aan de criteria-eis te voldoen, als alternatief voor de toets en rapportage door de commissioningsmanager.

Let op: er zijn 2 verschillende EPA labels, namelijk het EPA-U label en het EPA nieuwbouw label. Enkel het EPA nieuwbouw label is toegestaan voor ENE 1.
Verder: Pagina 129, bewijslast E. Als alternatief voor de rapportage door de commissioningsmanager mag tevens een EPA nieuwbouw label worden overhandigd conform de hierboven beschreven eisen. Het volledige dossier behorende bij het Energielabel moet in de assessmenttool aanwezig zijn.

Voor meer informatie zie: BREEAM.NL/hulp 

Datum van publicatie:
08 januari 2016
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01

Koel-/vriesruimten

Voor industriefuncties met een oppervlak van de koel-/vriesruimten groter dan 250 m2 BVO mag gebruik worden gemaakt van ‘Instructie 109 Technische checklist koel/vriesopslagruimten’. De credit ENE 7 wordt dan gefilterd (in de assessmenttool niet de gebouweigenschap ‘koel- en vriesopslag’ aanvinken). Download via https://www.breeam.nl/over-breeam/handleiding-procedures-en-instructies

Datum van publicatie:
30 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2011 v1.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2010 v2.0

Koel/vriesruimten

Voor industriefuncties met een oppervlak van de koel/vriesruimte groter dan 250 m2 BVO is "Instructie 109 Technische checklist koel/vriesopslagruimten" van toepassing. De credit ENE 7 wordt dan gefilterd (in de assessmenttool niet de gebouweigenschap ‘koel- en vriesopslag’ aanvingen). Het is niet toegestaan gebruik te maken van de alternatieve EPC methode voor het oppervlakte koel/-vriesruimten. Download via https://www.breeam.nl/over-breeam/handleiding-procedures-en-instructies

Datum van publicatie:
15 oktober 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v2.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw en Renovatie 2014 v1.01

EPC berekening bij koel- en/of vriesopp in industriefuncties

Gebouwgebonden koel- en/of vriesoppervlak in industriefuncties:
De EPC berekening uitgaande van de functie sporthal (matig verwarmd) is niet geschikt voor het doorrekenen van gebouwgebonden koel- en of vriesoppervlak. Projecten geregistreerd onder de BRL2011 kunnen nog van deze berekening gebruik maken waarbij m.n. de EP-verbetering als gevolg van isolatie van de gebouwschil en de verlichting beoordeeld wordt. Voor het totale koel- en of vriesoppervlak in industriefuncties dienen de volgende forfaitaire uitgangspunten gehanteerd te worden voor de EPC berekening met functie sporthal (matig verwarmd):

  •  verwarmingssysteem: gasgestookte ketel, HR107, temp. >50oC, transport water, afgifte lucht
  •  koelsysteem: compressie koelmachine, temperatuurniveau laag, vermogen automatisch bepaald volgens NEN7120, transport water, afgifte lucht
  •  tapwater: gasgestookt warmwatertoestel HRww, CW-klasse 4, leidinglengtes > 3m
  •  ventilatiesysteem: D.2b2, mechanische toe- en afvoer, geen CO2 regeling, ventilatie
  •  WTW 70%, ventilatievermogen forfaitair
  •  infiltratie forfaitair, ventilatiedebiet forfaitair (conform NEN8088) overige parameters (behalve voor de gebouwschil en verlichting) voor zover mogelijk forfaitair (geen eigen waardes) 
Datum van publicatie:
20 maart 2015
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2011 v1.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2010 v2.0

Alternatieve EPC berekening

Alternatieve berekening op pagina 155: De DGBC zal alternatieve berekening moeten goedkeuren, neem op voorhand contact op met DGBC.

Bij een aanvraag voor de goedkeuring van een alternatieve EPC berekening, voor industriele gebouwen, zijn de volgende documenten noodzakelijk:

  •  EPC berekening ;
  •  korte notitie met onderbouwing invoerparameters (isolatie, infiltratie, energievoorziening, enz);
  •  de procentuele verbetering;
  •  plattegrond van het gebouw;
  •  de verantwoording van de credit;
  •  verklaring van de kennis en ervaring van de opsteller van de berekening;
  •  het .xml bestand van de berekening;
  •  als er gelijkwaardigheidsverklaringen worden gebruikt dienen deze toegevoegd te zijn;
  •  indien van toepassing: bij een ambitie voor ENE 5 moet tevens een energieberekening zonder duurzame maatregelen aangeleverd worden;
  •  indien van toepassing: onderbouwing van het aandeel hergebruik restwarmte, zie onderstaand.
Hergebruik van restwarmte van koel/vriescellen of andere industriële processen
Door middel van een goed onderbouwde en gedocumenteerde berekening over een jaarcyclus moet aangetoond worden hoeveel restwarmte door het jaar geproduceerd wordt en hoeveel daarvan door het jaar heen effectief ingezet kan worden voor de ruimteverwarming van de industriefunctie.
Warmtapwater:
Voor de industriefunctie dient het energieverbruik voor warmtapwater voor het gehele gebruiksoppervlak in de ontwerpberekening meegenomen te worden uitgaande van de aanwezigheid van een conventionele standaard warmtapwaterinstallatie (invoer: gasgestookt warmwatertoestel HRww, CW-klasse 4, leidinglengtes > 3 m). Dit dient ook meegenomen te worden als geen warmtapwaterinstallatie aanwezig is.
Datum van publicatie:
18 juni 2014
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2011 v1.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2010 v2.0

Norm EPC berekening

Bij berekening van de EPverbetering moet de vigerende norm ten tijde van bouwvergunning worden gebruikt. In afwijking hiervan is het mogelijk de meest recente norm te gebruiken als de vigerende norm ten tijde van de bouwaanvraag is verouderd (met onderbouwing van expertise conform BRL). Het is niet toegestaan een oudere norm te gebruiken dan de vigerende norm ten tijde van de bouwvergunningaanvraag. 

Datum van publicatie:
25 november 2013
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2011 v1.0
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2010 v2.0

Restwarmte en stadsverwarming

Voor restwarmte en stadsverwarming moet in eerdere versies overgenomen worden wat in versie 2011 v1.0 in de BRL is opgenomen:

Het is mogelijk gelijkwaardigheidsverklaring voor stadsverwarming te gebruiken in ENE1, echter stelt BREEAM-NL een extra eis ten behoeve van stadsverwarming:

• de gebouwfunctie in de EPC berekening moet, indien gerekend wordt met de forfaitaire waarde voor stadverwarming, aan de geldende EPC eis voldoen (randvoorwaarde)

• de EPC berekening van deze (zuinige) gebouwfunctie met het hoge equivalent rendement voor stadsverwarming uit de gelijkwaardigheidsverklaring kan vervolgens gebruikt worden voor de score in ENE1. 

Datum van publicatie:
12 januari 2011
Versie:
  • BREEAM-NL Nieuwbouw 2010 v2.0

Alternatieve berekening voor industriefuncties

Alternatieve berekening op pagina 155 (BRL 2011), pagina 129 (BRL 2014 v1.01 en v2.0): De DGBC moet alternatieve berekening goedkeuren, neem op voorhand contact op met DGBC. De DGBC behoudt zich het recht voor om een alternatieve berekeningswijze voor te stellen indien de het  gebouw een (sterk) afwijkende functie heeft ten opzichte van een standaard matig verwarmde hal.

In de huidige situatie zijn er drie mogelijkheden om de energieprestatie van een industriegebouw te beoordelen:

  1. Checklist A7 waarbij maximaal 10/15 punten behaald kunnen worden;
  2. EPC berekening conform NEN 7120 met als referentiegebouw 'een gebouw met sportfunctie met lage temperatuur (13∘c);
  3. Voor koel- /vrieshallen, de Instructie 109 - Technische checklist koel- /vriesopslagruimten;

Indien er sprake is van zowel koel/vriesoppervlak als van oppervlak voor andere functies (bv. gebruiksoppervlak met reguliere industriefunctie) dan worden de punten die met deze checklist voor het koel/vriesoppervlak bepaald zijn en de punten die voor het reguliere industrieoppervlak behaald zijn naar rato van het gebruiksoppervlak gewogen om tot de definitieve ENE1 score te komen.


EPC berekening conform NEN 7120 met als referentiegebouw 'een gebouw met sportfunctie met lage temperatuur (13∘c)'

Het normblad NEN7120 geeft in principe geen mogelijkheid om de EPC-waarde van de industriefunctie van industriële gebouwen te berekenen. De EPC-berekening conform NEN 7120 wordt uitgevoerd met als referentiegebouw 'een gebouw met sportfunctie met lage temperatuur (13∘c)'. Zie onderstaande aanwijzingen en uitgangspunten indien van deze optie gebruik gemaakt wordt.

INDIENINGSVEREISTEN

Bij een aanvraag voor de goedkeuring van een alternatieve EPC berekening, voor industriele gebouwen, zijn de volgende documenten noodzakelijk:

  • EPC berekening ;
  • korte notitie met onderbouwing invoerparameters (isolatie, infiltratie, energievoorziening, enz);
  • de procentuele verbetering;
  • plattegrond van het gebouw;
  • de verantwoording van de credit;
  • verklaring van de kennis en ervaring van de opsteller van de berekening;
  • het .xml bestand van de berekening;
  • als er gelijkwaardigheidsverklaringen worden gebruikt dienen deze toegevoegd te zijn;
  • indien van toepassing: bij een ambitie voor ENE 5 moet tevens een energieberekening zonder duurzame maatregelen aangeleverd worden;
  • indien van toepassing: onderbouwing van het aandeel hergebruik restwarmte, zie onderstaand.

HERGEBRUIK VAN RESTWARMTE VAN KOEL/VRIESCELLEN OF ANDERE INDUSTRIËLE PROCESSEN

Door middel van een goed onderbouwde en gedocumenteerde berekening over een jaarcyclus moet aangetoond worden hoeveel restwarmte door het jaar geproduceerd wordt en hoeveel daarvan door het jaar heen effectief ingezet kan worden voor de ruimteverwarming van de industriefunctie.

WARMTAPWATER:

Voor de industriefunctie dient het energieverbruik voor warmtapwater voor het gehele gebruiksoppervlak in de ontwerpberekening meegenomen te worden uitgaande van de aanwezigheid van een conventionele standaard warmtapwaterinstallatie (invoer: gasgestookt warmwatertoestel HRww, CW-klasse 4, leidinglengtes > 3 m). Dit dient ook meegenomen te worden als geen warmtapwaterinstallatie aanwezig is.


Puntenberekening ENE 1 bij gecombineerde bouw naar rato

Het is mogelijk dat een project bestaat uit verschillende gebruiksfuncties (zoals industrie en koel-/vriesopslag) of een combinatie van een nieuwbouwproject waarbij een bestaand deel wordt gerenoveerd. In die gevallen wordt de puntenberekening verdeeld naar rato van het gebruiksoppervlak dat voor het gehele assessment wordt toegepast.

Voorbeeld 1:

In het geval van gedeelde renovatie/nieuwbouw wordt de EPverbetering naar rato van het gebruikersoppervlak berekend.

Voor een deel renovatie van 2000m2 (20%) en een deel nieuwbouw van 8000m2 (80%) geldt een EPverbetering van 40%. Dit wordt naar rato als volgt berekend:
Renovatie 40% is goed voor 10 punten.        10 x 20% = 2 punten
Nieuwbouw 40% is goed voor 8 punten.         8 x 80% = 6,4 punten
Totaal per EPverbetering = 8,4 punten maakt 8 punten voor ENE 1.

Voorbeeld 2:

In het geval van Industrie en aanwezige koel/vriesopslag wordt de score naar rato van het gebruikersoppervlak berekend aan de hand van behaalde punten.

Voor de industriefunctie van 6.000m2 (60%) wordt met de alternatieve EPC berekening een EPverbetering van 50% behaald, goed voor 9 punten onder Nieuwbouw. Voor de koel/vriesopslag van 4.000m2 (40%) wordt met de Instructie 109 - Technische checklist een score van 12 punten behaald. Dit wordt naar rato als volgt berekend:
Alternatieve EPC Industriefunctie                 9 x 60% = 5,4 punten
Technische Checklist Koel/-Vriesopslag    12 x 40% = 4,8 punten
Totaal EPverbetering = 10,2 punten maakt 10 punten voor ENE 1.


EPA Nieuwbouw label als bewijs

Volgens de wet (lente akkoord) moet op basis van de EPC berekening bij oplevering een EPA-label worden afgegeven. Dit label dient te worden opgesteld door een gecertificeerde partij. Tijdens de bouw zal de EPC berekening worden gecontroleerd en wordt hiervan een dossier aangelegd. Dit heeft dus veel overlap met de eis dat de commissioningmanager de EPC tijdens uitvoering en bij oplevering controleert. Zie ook: http://www.lente-akkoord.nl/wp-content/uploads/2014/03/Tekst-en-uitleg-Energielabel-nieuwbouw.pdf

Let op dat er twee verschillende EPA labels zijn, namelijk het EPA-U label en het EPA nieuwbouw label. Beide mogen volgens de wet bij oplevering van een gebouw worden opgesteld, maar de manier waarop is zeer verschillend en bovendien verschild ook de te behalen score enigszins. Het ‘gewone’ EPA-U label wordt bepaald op dezelfde manier als dat altijd ging (het bekende energielabel) en kan er voor een gebouw nu maximaal een ‘A’ score worden gehaald. Wanneer voor een nieuw opgeleverd gebouw met de nieuwe methode een EPA nieuwbouw label wordt gehaald kan een score tot ‘A++++’ worden gehaald. Hiervoor moet dan dus gedurende de bouw door de opsteller van de berekening de EPC in het werk worden gecontroleerd en een dossier worden aangelegd. Alleen de methode voor het EPA nieuwbouw label kan als alternatief voor BREEAM-NL bij bewijslast E gebruikt worden.


VOORBEELDBEWIJS

Geen.

Aandachtspunten

  • Bij zeer laag energieverbruik zal men in veel gevallen moeten gaan werken met gelijkwaardigheidverklaringen, het bouwbesluit biedt deze ruimte.
  • Voor industriële gebouwen dient men te werken met de checklist, of men kan kiezen voor een alternatieve EPC. De DGBC heeft extra tijd nodig om deze berekeningen te controleren, houdt daar rekening mee voor de kwaliteitscontrole.

Datum laatste wijziging: 1 augustus 2018