Raakvlakken tussen MVO en BREEAM
Aangemaakt op: 01 jun 2011Het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid krijgt binnen het MVO-proces vorm aan de hand van 16 thema’s. Een aantal hiervan heeft een duidelijke overeenkomst met de aandachtsgebieden die binnen BREEAM-NL Bestaande Bouw en Gebruik benoemd zijn voor beoordeling van de duurzaamheidprestatie van de bebouwde omgeving. Welke thema’s zijn dit en hoe komen de raakvlakken tot uiting?
Biodiversiteit
Biodiversiteit is de totale verscheidenheid van alle planten en dieren op de aarde. Biodiversiteit is behalve mooi, ook nuttig en noodzakelijk. Het zorgt voor schoon water, vruchtbare grond, voedsel en grondstoffen voor huisvesting, kleding, brandstof en medicijnen. Bedrijven kunnen bijdragen aan het behoud van biodiversiteit, door bij hun bedrijfsactiviteiten rekening te houden met natuur en milieu.
—> BREEAM-NL Bestaande Bouw en Gebruik heeft raakvlakken met dit thema via vragen over “Lange termijn impact op biodiversiteit” en “Beperken verstoring biodiversiteit” onder het hoofdstuk Landgebruik en Ecologie.
Consumentrechten, veiligheid en gezondheid
MVO stelt dat consumenten die producten of diensten afnemen recht hebben op veilige en kwalitatief goede aankopen. Bedrijven kunnen inspelen op deze behoefte van consumenten door hun producten en diensten veilig en kwalitatief goed te maken, negatieve invloed op de gezondheid te beperken en aan te geven of er giftige stoffen zijn gebruikt.
—> BREEAM-NL Bestaande Bouw en Gebruik heeft raakvlakken met dit thema via vragen over de onderwerpen “Toepassing van milieu vriendelijke materialen” en “Toepassing duurzaam geproduceerde materialen” onder het hoofdstuk Materialen.
Cradle to cradle
Cradle to Cradle gaat uit van het hergebruik van materialen zonder kwaliteitsverlies of restproducten. Deze vorm van ‘recycling’ wordt ‘upcycling’ genoemd, waarbij afval van het gebruikte product voedsel voor een nieuw product vormt. Aandacht voor recycling past binnen de zogenaamde eco-efficiency, een ‘minder destructieve’ benadering als reactie op de destructieve en vervuilende effecten van de industriële revolutie.
—> BREEAM-NL Bestaande Bouw en Gebruik heeft raakvlakken met dit thema door in het hoofdstuk Afval in algemene zin aandacht te besteden aan beleidsmaatregelen voor afvalstromen, het aanmoedigen van afvalrecycling en hergebruik van afval. Wat betreft materiaalgebruik is er nog geen specifiek benoemde aandacht en waardering voor toepassing van Cradle to Cradle materialen.
Energie en klimaat
Bewust omgaan met energie is een thema dat belicht wordt door MVO, met als stelling dat bedrijven energie en kosten besparen door klimaatneutraal te ondernemen. Dit kan door:
1. Energie besparen
2. Duurzame energie afnemen
3. Onvermijdelijke uitstoot compenseren
—> Energie is binnen BREEAM-NL Bestaande Bouw en Gebruik ook een belangrijk onderdeel, waar een hele categorie aan is gewijd. Hier worden energie ge- en verbruik beoordeeld en energiedoelen en beheersmaatregelen gestimuleerd.
Integriteit en corporate governance
Een integere ondernemer doet wat hij zegt en zegt wat hij doet. Dit heeft alles te maken met het omgaan met dilemma’s. En met het maken van keuzes die achteraf te verantwoorden zijn.
—> In het hoofdstuk management worden vragen gesteld over o.a. managementdoelstellingen op het gebied van duurzaamheid en duurzaamheid rapportages. Op deze wijze beoordeeld en stimuleert BREEAM integriteit op het gebied van duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord gedrag.
Ketenverantwoordelijkheid
Ketenverantwoordelijkheid wordt ook wel maatschappelijk verantwoord inkopen genoemd. Het betekent dat bedrijven sociale en milieuaspecten vrijwillig meenemen in hun bedrijfsvoering ten aanzien van toeleveranciers.
—> BREEAM-NL Bestaande Bouw en Gebruik besteedt aandacht aan dit thema door het stimuleren van een duurzaam inkoopbeleid voor materialen. Ook stelt BREEAM-NL Bestaande Bouw en Gebruik dat toepassing van duurzaam geproduceerde materialen opgenomen wordt in selectiecriteria voor leveranciers.
Milieu
Het gebruik van milieugevaarlijke stoffen en afvalproductie zorgen voor een grote concentratie van schadelijke stoffen in lucht, water en bodem. Deze vervuiling heeft een negatieve invloed op de gezondheid van mensen en op de biodiversiteit van dieren en planten. Daarom vinden veel consumenten, bedrijven en maatschappelijke organisaties het milieu een belangrijk onderwerp. Bedrijven kunnen hierop inspelen door in hun bedrijfsactiviteiten rekening houden met het milieu. Door de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken en afval te verminderen én te recyclen.
—> BREEAM-NL Bestaande Bouw en Gebruik speelt als keurmerk in op de verduurzaming van de bebouwde omgeving, wat als doelstelling heeft het verminderen van de negatieve milieu-impact.
Duurzaamheids instrumenten in Nederland
Onderstaand wordt toegelicht welke raakvlakken het label BREEAM-NL Bestaande Bouw en Gebruik heeft met andere belangrijke duurzaamheidtools, zoals de CO2-prestatieladder, de milieubarometer, de duurzaamheidindex van de NFC, de DCBA-methode en het LOG-model.
CO2 prestatieladder
De CO2-Prestatieladder is een instrument om bedrijven die deelnemen aan aanbestedingen te stimuleren tot CO2-bewust handelen in de eigen bedrijfsvoering en bij de uitvoering van projecten. Het gaat daarbij met name om energiebesparing, het efficiënt gebruik maken van materialen en het gebruik van duurzame energie.
Het doel van de ladder is (1) bedrijven te stimuleren om de eigen CO2-uitstoot – en die van hun leveranciers – te kennen en (2) permanent te zoeken naar nieuwe mogelijkheden om de uitstoot als gevolg van de eigen bedrijfsvoering en de eigen projecten terug te dringen. De ladder stimuleert bedrijven vervolgens om (3) die maatregelen daadwerkelijk uit te voeren en bovendien (4) de verworven kennis transparant te delen en (5) samen met collega’s, kennisinstellingen, maatschappelijke partijen en overheden actief te zoeken naar mogelijkheden om de uitstoot gezamenlijk verder terug te dringen
De tegenstelling tussen de CO2-prestatieladder en BREEAM-NL Bestaande Bouw en Gebruik zit met name in de wijze waarop duurzaamheid aan de orde wordt gesteld. BREEAM richt zich op het geheel van duurzame eigenschappen van de gebouwde omgeving en het gebruik daarvan, ongeacht type organisatie. De CO2-ladder richt zich specifiek op de CO2-uitstoot van de totale bedrijfsprocessen van organisaties en leveranciers als selectiecriterium voor aanbestedingen. Deze CO2-uitstoot wordt inzichtelijk gemaakt aan de hand van energie- en materiaalgebruik. Dit vormt op beperkte schaal een overeenkomst met BREEAM, waar energie en materialen slechts twee van de negen onderwerpen zijn die aan de orde worden gesteld.
Milieubarometer
De milieubarometer is een online meet instrument dat de milieukosten en de milieubelasting van een bedrijf of instelling eenvoudig en snel zichtbaar maakt. De milieubarometer is ontwikkeld voor bedrijven die milieukosten willen besparen en hun milieuprestaties zichtbaar willen maken. Inzicht wordt gegeven welke milieuaspecten, zoals energie, afval, emissies of papierverbruik, het meest bijdragen aan de totale milieuscore en bijbehorende kosten van een bedrijf. De CO2 meter berekent en toont de CO2-footprint van de bedrijfsactiviteiten.
—> De milieubarometer is een tool die focus legt op het beheersen van kosten en verbruik van verschillende elementen. De raakvlakken met BREEAM liggen bij het éénmalig inzichtelijk maken van ge- en verbruikscijfers wat betreft energie, water, afval en materialen (papier en dergelijke) en de daaraan gelieerde kosten. Daar houdt de milieubarometer dan ook op. BREEAM-NL Bestaande Bouw en Gebruik gaat verder dan slechts het verbruik inzichtelijk te maken en focust zich ook op eigenschappen van het gebouw en beheersmaatregelen om ge- en verbruik te beïnvloeden. De milieubarometer kijkt dan weer breder dan alleen naar de prestaties wat betreft het gebouw en daaraan gekoppelde gebruik.
NFC duurzaamheidsindex
De NFC Index geeft inzicht in de werkplekkosten van kantoorhoudende organisaties. In 2011 breidt NFC haar portfolio uit met de duurzaamheidsindex met het doel bedrijven, desgewenst op brancheniveau, inzicht te geven hoe zij het doen op het gebied van duurzaamheid op de werkplek. Ten opzichte van de mediaan, maar ook ten opzichte van de trend die op deze wijze wordt neergezet.
De index is gebaseerd op twee onderdelen: een uitvraag van de CO2-uitstoot van de facilitaire organisatie en vragenlijst over alle facilitaire processen heen over de mate van duurzaamheid. De vragenlijsten die gebruikt zullen worden om inzicht te krijgen in de duurzaamheid van gebouwen, organisaties en haar werkplekken is gebaseerd op een selectie uit de diverse methodieken, maar vooral op de BREEAM-NL Bestaande Bouw en Gebruik methodiek.
Doordat er in de NFC duurzaamheidsindex facetten uit de BREEAM-NL Bestaande Bouw en Gebruik methodiek gebruikt worden, is het duidelijk waar de overeenkomsten van beide instrumenten liggen. Ook vormt de focus een belangrijke overeenkomst, aangezien beiden zich vooralsnog voornamelijk op kantoren richten.
Het belangrijke verschil tussen BREEAM en NFC ligt in het gegeven dat BREEAM gebouwbreed gericht is, wat blijkt uit de aandacht voor beheer en eigenschappen van het gebouw. Bij de NFC is een selectie gemaakt op duurzaamheiditems specifiek gericht op de werkplek, de eindgebruiker in de organisaties. Dit vormt immers de scope van facility management. De NFC richt zich op duurzaamheid van diverse items zoals ruimtegebruik, terrein, werkplekken, voorzieningen, veiligheid en inkoop en geeft inzicht in de totale breedte van de duurzaamheid van een gebouw en haar werkplekken.
Daarnaast is de duurzaamheidsindex van NFC onderscheidend omdat er niet in labels en keurmerken gedacht wordt, de index is een strategische toets. Het stelt bedrijven instaat om vast te stellen wat de eigen prestatie is ten opzichte van de markt, maar het kan ook de basis zijn om de ambitie van een onderneming vast te stellen ten opzichte van de ontwikkeling van de index. Door jaarlijkse toetsing is het eenvoudig te monitoren hoe een organisatie zich op individueel niveau ontwikkelt, maar ook hoe de organisatie zich ontwikkelt ten opzichte van branchegenoten of alle deelnemers aan de NFC index.’
DCBA methode
De DCBA-methode is een classificatiemodel voor allerlei verschillende duurzaam bouwen-maatregelen. Deze methode kan tijdens het gehele bouwproces ingezet worden, bijvoorbeeld als discussie-instrument tussen verschillende betrokkenen aan het begin van proces of om na afloop het ontwerp aan de afgesproken ambities te toetsen. Het gaat om ambities die om heel verschillende redenen bijdragen aan een duurzame ontwikkeling. De ideeën zijn verzameld rond een aantal thema’s: energie, water, groen, mobiliteit, materialen, leefmilieu, afval en vervuiling, leefbaarheid, proces en bewustwording.
Materialen, ideeën en maatregelen zijn ingedeeld in vier verschillende ambitieniveaus:
D: De normale situatie
C: Corrigeer normaal gebruik
B: Beperk schade tot het minimum
A: Autonoom; de meest gunstige milieu-situatie
—> DCBA is een tool die vooral voor ontwikkelingstrajecten wordt gebruikt. Vergelijking met BREEAM-NL Nieuwbouw ligt dan ook meer voor de hand dan met BREEAM-NL Bestaande Bouw en Gebruik.
LOG-model
Bouwfonds REIM heeft het LOG-model (Locatie, Object, Gebruiker) geïntroduceerd omdat de huidige methodieken om vastgoed op duurzaamheid te meten noodzakelijke aspecten zouden missen, met name wat betreft de locatie. Juist de locatie is in ogen van Bouwfonds een belangrijk criterium of vastgoed duurzaam is of niet. Het model gebruikt de methodiek van GPR Gebouw als basis en voegt daar extra te meten factoren aan toe, onder meer voor de bereikbaarheid van een gebouw, het voorzieningenniveau op de locatie en de uitstraling en kwaliteit van de omgeving.
Het grote verschil tussen BREEAM-NL Bestaande Bouw en Gebruik en het LOG-model zit hem vooral in de focus. BREEAM focust zich op de eigenschappen van het gebouw, maar vooral ook beheer en gebruik er van. Het LOG-model en onderliggende methodiek van GPR gebouw focussen zich vooral op eigenschappen en voorzieningen van het gebouw en locatie van het gebouw. Beheersaspecten komen hierin minder prominent naar voren.
In de categorieën die door beide instrumenten worden gehanteerd zitten de grote overeenkomsten, er is onder meer aandacht voor: locatie & transport, landgebruik en ecologie, energie, milieu (water, milieuzorg, materialen) en welzijn & gezondheid. Het LOG-model heeft daarnaast nog aandacht voor gebruikskwaliteit (functionaliteit, toegankelijkheid, sociale veiligheid) en de toekomstwaarde (flexibiliteit en belevingswaarde), waar BREEAM-NL Bestaande Bouw en Gebruik extra aandacht besteedt aan management van duurzaamheiddoelstellingen, beheersaspecten en monitoring van de doelstellingen.

