Koplopers bespreken extra kosten bij gebruik BREEAM-NL Nieuwbouw

Aangemaakt op: 23 aug 2010

Onder leiding van de DGBC hebben op 8 juli 2010 een aantal koplopers met de Adviesgroep BREEAM-NL Nieuwbouw acht verschillende BREEAM-NL projecten met elkaar vergeleken. Met de bedoeling inzicht te krijgen in de hoeveelheid werk (uren) en additionele bouwkosten een bepaald BREEAM-NL niveau met zich meebrengt. Omdat de huidige BREEAM-NL Nieuwbouw versie sinds maart 2010 officieel is, kan deze vergelijking worden gezien als een 0-meting. Men trok een aantal interessante conclusies:

  1. Een BREEAM-NL niveau ligt per definitie hoger dan het Bouwbesluit. Er worden dus altijd meer eisen gesteld dan het minimum. Aan deze extra eisen, zowel in het proces, als in het ontwerp en de bouw zijn kosten verbonden. De vraag is daarom niet waarom er extra kosten worden gemaakt, maar hoeveel die extra kosten zijn.
  2. De rol van Experts en Assessoren/Auditors is zeer belangrijk. Die bepaalt al vanaf het begin het schema dat wordt gekozen en ook hoe de inhoud van BREEAM-NL en het achterliggende gedachtengoed wordt overgebracht tijdens het ontwikkel-, ontwerp- en bouwproces.
  3. Als je aan je eerste BREEAM-NL project begint, zul je meer tijd moeten investeren in het doorgronden van de methodiek en de eisen. Een investering die je al snel terugverdient in je volgende BREEAM-NL project. Bij verschillende koplopers zien we al een mooie leercurve en het ontstaan van een efficiënt BREEAM-NL proces.
  4. Je ziet duidelijk verschil in extra kosten wanneer voor een project al in het Programma van Eisen een duurzaamheidsambitie volgens BREEAM-NL is meegenomen. In tegenstelling tot een project dat zich al in de Definitief Ontwerpfase bevindt. Als je het ontwerpproces van tevoren kunt sturen volgens de BREEAM-NL methodiek, blijkt het een erg efficiënt proces dat juist minder extra kosten met zich meebrengt.
  5. Opdrachtgevers met een duurzaamheidsambitie moeten vooraf inzicht krijgen in de financiële consequenties van een bepaald ambitieniveau. Dat een opdrachtgever zijn duurzaamheidsambitie later in het ontwikkel- en ontwerpproces moet aanpassen, is namelijk jammer én kostbaar. We merken intussen wel dat steeds meer partijen (de koplopers) goed advies kunnen uitbrengen aan deze opdrachtgevers. De markt vertoont een duidelijke leercurve rondom de toepassing van BREEAM-NL Nieuwbouw. Zo verdienen de koplopers hun investeringen weer terug.
  6. De meeste credits zijn projectspecifiek. Een aantal credits lenen zich echter erg goed voor repetitie, omdat ze niet projectgebonden zijn. Wanneer een toeleverancier bijvoorbeeld bewijslast voor een materialencredit kan aanbieden, is dit uitzoeken een eenmalige investering. De hiervoor uitgewerkte bewijslast kan in meerdere projecten voor dezelfde credit worden gebruikt. Er zijn dan geen extra kosten meer nodig.
  7. Enkele credits springen er in kosten flink uit. Zeker als je dit afzet ten opzichte van het aantal punten dat je kunt halen. Ook zijn een aantal credits nog niet voldoende uitgewerkt in de huidige Beoordelingsrichtlijn. Ze dragen daarom nauwelijks bij aan de totaalscore. Voor deze credits worden aparte acties opgezet door de DGBC en de Adviesgroep Nieuwbouw. In de nieuwe versie worden ze verbeterd. Belangrijke aandachtspunten zijn op dit moment ‘Mat 1 – Bouwmaterialen’ en ‘Mat 5 – Onderbouwde herkomst van materialen’.

Snel de extra kosten per vierkante meter BVO voor een BREEAM-NL niveau bepalen is op dit moment vrijwel niet mogelijk. Zo’n berekening heeft zoveel variabelen (grootte, vorm, locatie, ambitie, installaties, enzovoorts), dat er meerdere projecten gemonitord moeten worden om hier iets zinnigs over te kunnen zeggen. En zelfs dan blijft het lastig, omdat de leercurve voor de markt erg stijl is en BREEAM-NL zich voortdurend door ontwikkelt. We verwachten wel dat met meer projecten en meer ervaring in de markt op den duur een goede inschatting van de extra kosten kan worden afgegeven. Nadat goed is vastgesteld welke ambities en eisen de opdrachtgever heeft. We hebben afgesproken om regelmatig zo’n terugkomsessie te houden.

We bedanken koplopers ASR, Ballast Nedam, Brink Groep, Burgers Ergon, C2N, Heijmans, OVG en VBI voor de aangeleverde input en hun openheid.