Wanneer BREEAM-NL Bestaande Bouw en Gebruik?
BREEAM-NL Bestaande Bouw en Gebruik helpt eigenaars van bestaande gebouwen de operationele kosten terug te brengen en de ecologische prestaties te verbeteren. Dit verhoogt de marktwaarde en garandeert een blijvend goede positie in het totale Nederlandse aanbod aan gebouwen. Daarbij zorgt de DGBC voor zoveel mogelijk comptabiliteit met de andere BREEAM-NL instrumenten en met andere beoordelingssystemen. BREEAM-NL Bestaande Bouw en Gebruik biedt iedere organisatie met een bestaand gebouw (of een portfolio aan bestaande gebouwen) een instrument om dit jaarlijks op zijn duurzaamheid te beoordelen en die als basis te gebruiken voor de verbetering van de duurzaamheidprestatie.
Meten werkt
Meten is weten. Als u over echte data beschikt, heeft u een uitgangspositie van waaruit u het gebouw en zijn eigenschappen kunt doorontwikkelen. Zo komt u tot echte verbeteringen in operationele kosten en ecologische waarden, die u uiteindelijk ook echte (financiële) voordelen opleveren. Daarnaast zijn de gegevens die u met een certificering vergaart geweldige input voor maatschappelijke jaarverslagen. Iets wat steeds meer organisaties in hun bedrijfsvoering opnemen.
Bestaande Bouw en Gebruik of Nieuwbouw?
Blijft de vraag of uw gebouw geschikter is voor een beoordeling met Bestaande Bouw en Gebruik of met Nieuwbouw? Dat uw gebouw al enkele jaren bestaat, betekent namelijk niet automatisch dat u moet kiezen voor certificering met Bestaande Bouw en Gebruik. Nieuwbouw kan alsnog de betere keuze zijn.
Wanneer kiest u níet voor Bestaande Bouw en Gebruik?
BREEAM-NL Nieuwbouw is allereerst geschikt voor het beoordelen van echte nieuwbouw (er zijn certificaten mogelijk voor de ontwerpfase en voor de opleveringsfase). Het maakt daarbij niet langer uit of het een utiliteitsgebouw betreft of een woning. Nieuwbouw is echter ook geschikt voor toepassing op ‘grote renovaties’. Wanneer voor een renovatie een bouwvergunning nodig is, dan kunt u dus ook met BREEAM-NL Nieuwbouw werken. Een andere renovatierichtlijn die u kunt gebruiken is die van de EPBD. Die wordt gehanteerd als er meer dan 25 procent van de thermische schil wordt aangepakt en er voor meer dan 25 procent van de waarde van het gebouw gerenoveerd wordt.
Wanneer kiest u wél voor Bestaande Bouw en Gebruik?
Kiezen voor Bestaande Bouw en Gebruik betekent continue monitoring van het gebouw (of de portfolio) en het huidige gebruik daarvan. Bestaande Bouw en Gebruik werkt dus meer geleidelijk en zaken als groot onderhoud, dagelijks onderhoud en/of kleine renovaties kunnen de score significant beïnvloeden. Daarbij komt dat u met BREEAM-NL Bestaande Bouw en Gebruik niet direct tot certificering hoeft over te gaan, u kunt er namelijk ook voor kiezen eerst een zelf-assessment uit te voeren, om zo in kaart te brengen waar de verbeteringen mogelijk zijn.
DGBC hanteert overigens wel de regel dat een gebouw pas 2 jaar na oplevering voor certificering in aanmerking komt. Vanzelfsprekend is BREEAM NL Bestaande Bouw en Gebruik wel direct inzetbaar als monitoringsinstrument.
Verschil
De score binnen BREEAM-NL Bestaande Bouw en Gebruik is niet te vergelijken met die binnen BREEAM-NL Nieuwbouw. Bij Bestaande Bouw en Gebruik gaat het om een jaarlijkse ‘indicative rating’. Bij Nieuwbouw meet je de duurzaamheid van het gebouw, maar ook de keuzes en processen die tot het gebouw hebben geleid. Bij Bestaande Bouw en Gebruik meet je duurzaamheid van het gebouw, maar kijk je ook naar hoe het gebouw beheerd en gebruikt wordt. Dit resulteert dus in drie scores: Gebouw, Beheer en Gebruik.
Met Bestaande Bouw en Gebruik kunnen er punten worden toegekend aan gebouwen die het beter doen dan vergelijkbare gebouwen in de benchmark. Het instrument heeft als doel om de prestaties van het gebouw en het beheer en gebruik te verbeteren. Jaarlijks wordt de score opnieuw bepaald en vul je met behulp van de software slechts enkele gegevens in (verbruiksgegevens, en de gegevens die veranderd zijn). Een certificaat is in principe drie jaar geldig, maar kan tot twee keer toe eenvoudig worden verlengd, zonder dat de Assessor het gebouw opnieuw hoeft te inspecteren.

